Nieuwsoverzicht

06-05-2020

De voorgelegde Latijnse tekst van Geert Grote over de Utrechtse Domtoren was zeker geen gemakkelijke opgave. Het ging om een stilistisch en inhoudelijk veeleisende tekst, met theologisch gefundeerde kritische opmerkingen, en zelfs ironie en spot, over wat tegenwoordig geldt als een nationaal monument. Daarbij komt dat voor een ‘late’ Latijnse tekst zoals deze vrijwel geen hulpmiddelen beschikbaar zijn, anders dan de gewone klassieke woordenboeken en grammatica’s. Gelukkig is een aantal deelnemers de uitdaging van het vertalen aangegaan.

De commissie ontving zes vertalingen van classici en vier van niet-classici. Van de werkstukken van de classici staken er twee duidelijk boven de andere uit. Deze twee werden samen met de beste vertaling van de niet-classici anoniem aan de jury voorgelegd.

De geselecteerde vertaling van de niet-classicus bevat vooral aan het slot een aantal fraaie oplossingen. Zo is ‘redenen die op hun beurt weer uit veel gebreken voortkomen’ een goede keuze voor een lastige Latijnse frase. Ook ‘even laten voor wat ze zijn’ en ‘denk maar aan de zalige Augustinus’ zijn wendingen die de vertaling vaart en charme verlenen. Bijna onvermijdelijk bevat de vertaling ook frasen en zinnen die de kern van het origineel nét niet weergeven of een verkeerd accent leggen. Zo is ‘bedenk eens hoe zinvol die is’ alleen bij herhaalde lezing te interpreteren als ‘bedenk eens wat nu precies het nut is’ (namelijk géén). Ook ‘stijl’ voor structura is bijvoorbeeld niet correct. Als geheel is de vertaling net niet genoeg voor een prijs. Maar een eervolle vermelding verdient deze vertaling van Remmelt Daalder alleszins!

"Tegen de monsterlijke en overbodige toren
Kijk eens heel zorgvuldig, of het je interesseert of niet, naar die enorm hoge toren en bedenk eens hoe zinvol die is: het enige praktische nut dat je kunt bedenken bestaat eruit dat er klokken in kunnen worden opgehangen. Die kunnen trouwens net zo praktisch bevestigd worden in een veel kleinere en lagere toren, dat hebben mensen altijd al gedaan. Dit alles komt van, en leidt tot het kwade. Kwaad dat ontstaat en zal ontstaan in vele vormen, uit die toren, maar ook uit de protserige stijl van deze kerk: ijdelheid, weetgierigheid, praalzucht en hoogmoed.

Dat de hoogmoedige bouw van deze toren leidt tot vele zonden
Deze vier ondeugden zijn als broeders van deze toren en de toren zal hen als zijn zonen koesteren. Net zo is die toren voortgekomen uit diezelfde ondeugden, die zich als vaders in de hoofden van de bouwers hebben genesteld. Elke toevallige voorbijganger die de stad nadert, of er op doorreis komt, zal de toren bewonderen als hij de hoogte en omvang ontwaart, en hij zal even stilstaan wanneer hij hem ziet. Hij zal zijn ogen aandachtig laten dwalen over de vele details en proberen na te gaan hoe hoog hij is. Wat hij in zijn weetgierigheid niet zal kunnen begrijpen, zal hij navragen bij de omwonenden. Loftuitingen op de toren zullen weerklinken; dat valt niet te waarderen. De burgers slaan zich zonder reden op de borst, het gewone volk is fier op de toren, de bouwers, die zo goed zijn in dit duivelse werk, evenzeer. Dat geldt ook voor de bouwmeesters van dit bewijs van overmoed.

Deze ondeugden zijn de broeders die voortkomen uit deze torenbouw. Ach, hoe zondig is dit allemaal. Als we immers rekenschap geven van elk ijdel woord op de dag des oordeels,  hoeveel meer dan zullen wij rekenschap moeten geven van elke ijdele daad, vooral van een daad, zo groot en spilziek, die zoveel tijd bestrijkt en zo groot is. Die daad is niet alleen maar ijdel, maar zondig om vele redenen, redenen die op hun beurt weer uit veel gebreken voortkomen.

Ook als we alle praalzucht en hoogmoed even laten voor wat ze zijn, ook al komen ze veelvuldig voort uit dezelfde torenbouw, zowel bij leken, lekenbroeders als bij geestelijken, dan toch is het niet vrij van zonde om een zo grote permanente steen des aanstoots en ergernis neer te zetten, alleen maar uit weetgierigheid of ijdelheid. Denk maar aan de zalige Augustinus, die in zijn Belijdenissen zichzelf verwijt dat hij een keer in zijn huis te aandachtig naar spinnen heeft gekeken, die vliegen vingen in hun webben."

De twee vertalingen van classici maken beide een goede indruk. De vertaling van Emgert Zondervan blijft daarbij vrijwel steeds heel dicht bij het origineel. De nummering suggereert zelfs een op de voet volgen van de tekst per regel. Mooie vondsten vallen al op vanaf het begin: ‘die nergens goed voor is’, ‘geldverslindende bouw van de kerk’, ‘schone schijn’, en later ook ‘welig tieren’ zijn enkele voorbeelden hiervan. Toch oogt de vertaling ook wat stroef als geheel.

Vergeleken daarmee gaat de vertaling van Guido Kuijper juist een stap verder in trefzeker Nederlands. De korte openingszin ‘Welk nut schuilt er in die abnormaal grote toren?’ zet direct de toon: hier weet de lezer direct dat er felle kritiek gaat komen. De keuze voor kortere zinnen in meer idiomatisch Nederlands, waarbij de complexe Latijnse syntaxis niet nauw wordt gevolgd, levert een vertaling op die meer recht doet aan de intellectuele en satirische kwaliteiten van het origineel. Afgezien van een enkele misser (‘Omdat de bouw... leidt tot veel kwaads’ [in plaats van ‘dat...’], ‘weinig lovenswaardige lofzangen op de toren’ [in plaats van ‘lofzangen op de weinig lovenswaardige toren’]) en soms een mooie maar te vrije weergave (‘versteende torenhoge arrogantie’) is de vertaling adequaat en goed leesbaar. Ze getuigt van vakmanschap én durf. Met genoegen draag de jury deze vertaling voor de prijs voor.

"Tegen de monsterlijke en nutteloze toren
Welk nut schuilt er in die abnormaal grote toren? Het scherpste oog, al is het nog zo nieuwsgierig, kan kijken waar het wil: er is namelijk geen sprake van nut, noch ín, noch dóór de toren. Ja: er kunnen klokken in opgehangen worden, maar die hadden evengoed en naar beschaafd gebruik in een veel kleinere en lagere toren bevestigd kunnen worden.   

Al wat rest komt voort uit kwaad en dient tot kwaad. Dat ontspringt op veelsoortige wijze en zal nog ontspringen uit zowel de toren zelf als uit de verkwistende bouw van de kerk: ijdelheid, nieuwsgierigheid, snoeverij en arrogantie.

Omdat de bouw van deze hoogmoedige toren leidt tot veel kwaads
Dit zijn de broeders van deze toren, die hij als zonen voortbrengt, zoals de toren zelf uit hén, als zijn  vaders, als het ware, ontsproten is aan de geesten van de bouwers.  
Elke willekeurige reiziger die de stad nadert of erdoorheen loopt en de hoogte en grootte van de toren eenmaal heeft opgemerkt, zal vol verbazing stilstaan om de toren beter te bekijken. Nieuwsgierig wendt hij zijn blik naar de details, hij poogt naarstig om enormiteit van de hoogte te bevatten. En wat hij met zijn eigen nieuwsgierigheid niet te weten komt, zal hij navragen bij de inwoners.

Dan zal men uitbarsten in weinig lovenswaardige lofzangen op de toren: de burgers ontlenen hun trots – al is het ijdel-  aan de toren, het volk beroemt zich erop, de bouwers, bedreven als zij zijn in het kwaad, wentelen zich in de roem, net als de opdrachtgevers, de architecten van deze versteende torenhoge arrogantie.

Dit zijn de broeders die uit de bouw van deze toren voortkomen. Ach! Wat een kwaad veroorzaken ze met elkaar! Als wij immers bij het Laatste Oordeel verantwoording moeten afleggen voor elk ijdel wóórd, hoeveel te meer zullen wij ons dan moeten verantwoorden voor elke ijdele dáád? Zeker als het gaat om een daad zó groot, zó verkwistend, zó blijvend en zó ambitieus.

En hier gaat het niet alleen om een ijdele daad, nee: als het gevolg én als de oorzaak van van vele kwaden is het ook een zondige daad. En zelfs als alle opschepperij en trots buiten beschouwing zouden worden gelaten -die deze toren echter wel degelijk teweegbrengt, zowel bij bezoekers als bij leken en geestelijken- dan nog is het louter uit ijdelheid of nieuwsgierigheid plaatsen van zo’n permanente steen des aanstoots en bron van ergernis niet zonder zonde.

En dit is precies waar het om gaat als de Heilige Augustinus zichzelf in de Belijdenissen verwijt dat hij eens met al te veel aandacht had gekeken naar spinnen die vliegen vingen in hun web."

Gezien de kwaliteit van de vertalingen zowel voor Grieks als voor Latijn van Emgert Zondervan heeft de commissie besloten hem een eervolle vermelding toe te kennen.

"Tegen de monsterlijke toren die nergens goed voor is.
Het meest nauwkeurige oog mag met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
naar alle kanten speuren, wat wel het nut mag zijn van die zo buitengewoon hoge
toren, want er wordt daarmee en daardoor geen enkel doel gediend, behalve
dat de klokken erin opgehangen kunnen worden, die net zo goed en pas-
send zoals bij normale mensen in een veel kleinere en la-
gere toren gemonteerd hadden kunnen worden. Al het overige komt dus voort uit
kwaad en leidt tot kwaad, dat in vele soorten ontstaat en zal ontstaan
vanwege die toren, net als vanwege de geldverslindende bouw van de kerk: schone
schijn, nieuwsgierigheid, opschepperij en hoogmoed.

Hoezo de hoogmoedige bouw van deze toren tot vele zonden leidt.
Dat zijn de nageboortes van deze toren, die hij als nakomelingen voort
zal brengen, zoals hijzelf door diezelfde ondeugden als door vaders
verwekt is in de breinen van de bouwers. Zodoende zal iedere passant die de stad
bezoekt of op doorreis aandoet, zich bij het zien van deze hoogte en groot-
te verbazen en bij de aanblik van de toren stil blijven staan en zijn ogen
nieuwsgierig rond laten gaan langs elk detail; hij zal de maat van de hoogte pro-
beren te bepalen, en wat hij in zijn nieuwsgierigheid niet zal kunnen
ontdekken, zal hij bij de inwoners navragen. Er zal veel lof zijn voor deze maar
matig te bewonderen toren: de burgers scheppen op, hoe ongegrond ook, het
volk pronkt met de toren, de bouwers, goed in slecht werk, pralen met hun roem,
evenzo ook de bekwame bouwmeesters die het uitgedacht hebben dit toppunt van
hoogmoed te bouwen. Dat zijn de nageboortes die uit deze torenbouw
voortkomen. Ach, wat een ellende bij elkaar! Als we immers
voor elk overbodig woord verantwoording moeten afleggen in het laatste oor-
deel, hoeveel te meer zullen we dan verantwoording moeten afleggen
voor elk overbodig werk, vooral voor een werk dat zo groot en geldverslindend is,
zo tijdrovend en langdurig, en niet alleen overbodig, maar vanwege vele
oorzaken, die uit vele kwaden voortkomen, ook zo zondig. Zelfs
als opschepperij en hoogmoed helemaal buiten beschouwing blijven, die toch
welig zullen tieren vanwege diezelfde toren, zowel bij de bezoekers als bij de leke-
broeders en geestelijken, dan is het toch nog niet vrij van zonde om enkel voor de
nieuwsgierigheid of schone schijn een zo groot en blijvend stuk steen van ergernis,
zo’n steen des aanstoots neer te zetten; de zalige Augustinus klaagt zichzelf in zijn
boek Belijdenissen al aan vanwege het feit dat hij een keer wat al te aandachtig thuis
spinnen heeft zitten bekijken die in hun webben muggen aan het vangen waren."

De commissie dankt alle inzenders voor hun inspanningen en hoopt dat u volgend jaar in nog groteren getale de uitdaging zult aangaan.


06-05-2020

Algemeen
De jury constateert dat de ter vertaling voorgelegde tekst bijzonder uitdagend is. Niet alleen is het een heel poëtische tekst, ook de historische context is van groot belang voor een goed begrip. Des te opvallender is de prestatie van een groot deel van de inzendingen.

De commissie ontving vijf inzendingen van classici, één van een niet-classicus. Van de werkstukken van de classici staken er twee duidelijk boven de andere uit. Deze twee werden samen met de vertaling van de niet-classicus anoniem aan de jury voorgelegd.

Voor de Griekse Olympiade 2020 lijkt het onderscheid in de categorieën classici-niet classici niet relevant. Als de drie vertalingen zonder onderscheid ter beoordeling zouden voorliggen, zou de jury van de drie de voorkeur hebben gegeven aan de vertaling van de niet-classicus, die de classici naar de kroon steekt.

Categorie niet-classici
Natuurlijk zijn er ook op deze vertaling kritiekpuntjes. Soms wordt een element uit het origineel gemist in de vertaling. Zo is κέντρον … λαβών nergens in de vertaling terug te vinden. Een andere keer stuiten we in de vertaling op een element dat in het origineel juist weer niet voorkomt, maar (wellicht door rijmdwang) in de vertaling is ingevoegd. Zo wordt het neutrale ἔχοντας in r. 14 vertaald met “afgemat” om te kunnen rijmen op ‘stad’.

Verder lijkt de weergave van ὅρους door “aanplakborden” in r. 6 een vreemde keuze. Bij de jury althans roept dit Nederlandse woord niet direct de associaties op die met ὅρους verbonden zijn (gaat het soms om een soort reclameborden?).

Maar over het geheel genomen is deze vertaling van Arthur Hartkamp volgens de jury

  • bijzonder hoog gegrepen. Het originele aantal van 6 jamben per regel is consequent gehandhaafd. Wel botst het metrum zo hier en daar met de Nederlandse woordaccenten (zoals “inhoúden” r. 18 en “aanschúúrde” r. 21). Bovendien heeft de vertaler ook nog gekozen voor rijmende regels, waarin hij bijzonder goed geslaagd is. De jury is van mening dat dit op de leesbaarheid van de tekst een heel positief effect heeft. Eén enkele regel zonder rijmende pendant (r. 5) doet geen afbreuk aan deze prestatie.
  • zeer compact. De vertaler kan zelfs toe met minder regels dan het origineel (met behoud van de meeste beeldende elementen van het Grieks), wat voor vertalingen van klassieke teksten zeer uitzonderlijk is.

"Ik deed beloften in de volksvergadering:
was er één onvervuld bij de beëindiging
van mijn mandaat? Ik roep als mijn getuige aan,
als ik voor Rechter Tijd terecht zou moeten staan,
de Zwarte Aarde, grote moeder van de goden;
ik heb haar aanplakborden, overal verspreid,
verwijderd en haar zo uit slavernij bevrijd.
Vele Atheners, ooit met recht of zonder recht
als slaaf verkocht, of, door hun armoede geknecht,
naar ‘t buitenland zó ver en zó lang uitgeweken
dat zij ‘t verleerden om hun eigen taal te spreken,
bracht ik weer terug naar hun door god gestichte stad.
En hen die hier de slavernij had afgemat,
vernederd door de grillen van hun eigenaren,
heb ik van 't juk bevrijd. Door kracht aan recht te paren
heb ik tot stand gebracht wat ik had toegezegd.
Ik maakte wetten die precies hetzelfde recht
voor iedereen, van elke rang en stand, inhouden.
Een ander had het volk niet in bedwang gehouden:
een onverstandige, hebzuchtige bestuurder,
of één die nu eens tegen de ene groep aanschuurde
dan weer de andere partij had opgevrijd;
tot ware slachtingen zou dat hebben geleid.
Dus heb ik mij in alle richtingen geweerd
zoals een wolf zich tussen honden wendt en keert."

Categorie classici
De keuze tussen de twee voorgelegde vertalingen in de categorie ‘classici’ was zeer moeilijk. De kwaliteit van de vertalingen ontloopt elkaar maar weinig en wordt door de jury in beide gevallen als ‘hoog’ beoordeeld.

Beide vertalers zetten ook hoog in door niet in proza, maar in jamben te vertalen, conform het origineel. In plaats van de 6-voetige jamben van Solon kiest vertaler Guido Kuijper voor 7-voetige jamben, die aan het Nederlands meer ruimte laten, maar wel afbreuk doen aan de compactheid van de formuleringen. Zo is “die had het volk niet in de hand gehad” (vertaling van Emgert Zondervan) heel wat bondiger dan “zo’n man was niet in staat geweest het volk in toom te houden” (Guido Kuijper). Daar staat tegenover dat ook in de 7-voetige versie compacte en pakkende formuleringen aanwijsbaar zijn, zoals “De tijd zal straks mijn rechter zijn.”

Beide vertalers doen recht aan de argumentatie van Solon en zij weten deze na 2,5 millennia nog steeds helder over het voetlicht te brengen.

Beide vertalers zijn er naar het oordeel van de jury in geslaagd de beelden in Solons tekst (zoals de personificatie van de Aarde en de κέντρον in r. 20) ook in het Nederlands geloofwaardig weer te geven. Het krachtige beeld van de wolf tussen de honden uit de laatste regels vindt de jury in de vertaling van Guido Kuijper door “heb ik van mij afgebeten” raker weergegeven dan in de interpretatie van Emgert Zondervan “trok ik mij terug”.

Kortom: we hebben hier te maken met een ‘fotofinish’, maar uiteindelijk valt toch de beslissing en kiest de jury voor de vertaling van Guido Kuijper die iets eigentijdser is van taalgebruik. De voorkeur voor deze vertaling wordt mede ingegeven door een klein aantal iets minder gelukkige formuleringen in de vertaling van Emgert Zondervan (“meest groot” voor de superlativus μεγίστη, “uitzwerming” als lelijk neologisme, “sloeber” dat niet goed past in het taalregister) en door de sterke dramatische en overtuigende opening van de vertaling van Guido Kuijper (“Ik vraag u”).

"Ik vraag u: welke zaak waarvoor ik ’t volk vergaderd had,
heb ik, alvoor ik aftrad, niet trefzeker ook voltooid?
De tijd zal straks mijn rechter zijn, maar voor mij kan getuigen
de zwarte aarde, groot en edel zonder weerga; zíj,
de moeder van Olympisch godenkroost, want eens heb ik
de schuldenlast die alom op haar drukte weggenomen;
in vroeger tijd was zij geknecht maar nu is zij weer vrij.
En velen, al dan niet met recht als slaaf verkocht, heb ik
naar ’t vaderland weer teruggebracht, het goddelijk Athene.
Er waren mensen die door schuld tot vlucht gedwongen waren,
en die het Attisch dialect stilaan waren ontwend,
doordat zij wijd en zijd op drift als ballingen verkeerden;
maar ook die hier in deze stad een schandelijk bestaan
als slaven hadden, trillend voor de luimen van hun meesters -
door mij zijn zij nu vrij. En dit heb ik gedaan met kracht
gepaard aan recht door mijn autoriteit, en zo heb ik
de zaken aangepakt precies zoals ik had beloofd.
Het recht heb ik op iedereen rechtvaardig afgestemd
en ik heb wetten vastgelegd, voor adel én voor ’t volk.
En had een ander man dan ik de handschoen opgenomen,
gedreven én door hebzucht én door onbezonnenheid,
zo'n man was niet in staat geweest het volk in toom te houden.
Want als ik eerst bereid was tot wat één partij behaagde,
en dan weer neigde naar het standpunt van hun aartsrivalen,
ja, dan zou deze stad van vele mannen zijn beroofd.
En dus heb ik naar alle kanten van mij afgebeten,
gelijk een wolf die zich een hondenmeute van het lijf houdt."

Vanwege de fotofinish zowel bij Grieks als bij Latijn heeft de commissie besloten Emgert Zondervan een eervolle vermelding toe te kennen.

"Waar ik het volk voor had bijeengebracht, daarvan
heb ik toch niets herroepen voor het einddoel was
bereikt? Dat kan in het gerechtshof van de Tijd
de godenmoeder der Olympiërs, meest groot
en goed, de zwarte Aarde, ook bevestigen,
wier her en der geplaatste schuldstenen ik ooit
verwijderd heb; voorheen was ze geknecht, nu vrij.
Veel mensen die, legaal of illegaal, verkocht
waren, of onder dwang van armoede gevlucht,
en die het Attisch niet meer spraken door
hun wereldwijde uitzwerming, heb ik terug
naar hier gehaald, hun godgestichte vaderland
Athene; anderen, die hier ter plekke een
onwaardig slavenleven leidden, bevend voor
de grillen van hun meesters, heb ik vrijgemaakt.
Dat heb ik krachtens mijn mandaat gedaan, waarin
ik macht verbond met recht, en ik heb uitgevoerd
wat ik beloofd had: wetten schreef ik net zo voor
de heer als voor de sloeber; onpartijdig recht
bracht ik tot stand. Stel dat een ander, net als ik,
de zweep gepakt had, een kortzichtig man, belust
op winst - die had het volk niet in de hand gehad;
wanneer ik immers toen had willen doen wat aan
de ene groep beviel, en dan weer wat de rest
verzon, was deze stad nu heel wat mannen kwijt.
Zodoende trok ik mij rondom beschermd terug,
zoals een wolf omringd door vele honden doet."

De commissie dankt alle inzenders voor hun inspanningen en hoopt dat u volgend jaar de uitdaging in nog groteren getale zult aangaan.


20-04-2020

Beste Classici, Gymnasiasten en Oud-Gymnasiasten,

Doe nu mee met de quarantainechallenge van de Klassieke Olympiaden! Maak een mooie/spetterende/ludieke literaire vertaling van onderstaand epigram van Martialis.

Mail je vertaling naar klassiekeolympiaden@gmail.com. De meest briljante vertaling krijgt een ereplaats op de website van de Klassieke Olympiaden. Deadline 1 juni 2020.

Wij verheugen ons op jullie creatieve vondsten!

Praedia solus habes et solus, Candide, nummos,
aurea solus habes, murrina solus habes,
Massica solus habes et Opimi Caecuba solus,
et cor solus habes, solus et ingenium.
Omnia solus habes ‹nec me puta uelle negare‹
uxorem sed habes, Candide, cum populo.

(Martialis, Epigram III.26)

(Laat ook even weten of je classicus, gymnasiast of oud-gymnasiast bent! Dat nemen wij natuurlijk mee in de beoordeling)


16-04-2020

Organisatoren voor de Klassieke Olympiaden voor volwassenen
Al acht jaar organiseren wij de Klassieke Olympiaden. Naast de wedstrijden voor leerlingen is er ook een vertaalwedstrijd voor volwassenen. Nu merken wij dat beide wedstrijden erg verschillend van aard zijn en dat de wedstrijden voor de leerlingen in de loop der jaren veel meer tijd en inzet zijn gaan vragen. Daardoor dreigt de wedstrijd voor volwassenen te weinig aandacht van ons te krijgen. Daarom zoeken we mensen die de wedstrijd voor volwassenen onder hun hoede willen nemen. Een indruk van de werkzaamheden:

  • Het selecteren van teksten en eventueel annoteren
  • Overleg daarover met de vakkundige jury (voor Latijn: Vincent Hunink, voor Grieks:Hans Verheij), natuurlijk digitaal
  • Publicatie (doorgaans in november) via VCN, NKV en Vrienden van het Gymnasium en op de website Klassieke Olympiaden
  • Beoordelen van de ingezonden vertalingen en selecteren van circa 3 vertalingen die de jury vervolgens beoordeelt.
  • Contact met de inzenders en de Historische Uitgeverij die de prijsboeken ter beschikking stelt
  • Op basis van de juryrapporten het uiteindelijke rapport opstellen en publiceren

Op zich is een commissietje van twee of drie voldoende, die, naast de waardering die ze voor hun inspanningen ontvangen, de eventuele onkosten vergoed krijgen.

Aanmelden kan via een mail naar klassiekeolympiaden@gmail.com

Commissielid voor de Klassieke Olympiaden voor jongeren
Een vervanger (m/v) voor Vera van der Ven. Omdat zij en haar echtgenoot in september hun eerste kind verwachten, heeft zij aangegeven dat zij geen deel meer kan uitmaken van de commissie die de Klassieke Olympiaden organiseert. Wij zijn enorm blij met de reden van haar vertrek. Daarnaast zijn we natuurlijk niet zo blij dat we haar moeten missen.

Daarom zoeken we een nieuw lid voor onze commissie, die nu bestaat uit Gerard Boter, Alwies Cock, Tinka Muthert, Wilbur Truijens en Danny Veldhoven (en Vera van der Ven). Gezien de samenstelling van de commissie gaat (bij gelijk enthousiasme) de voorkeur uit naar een vrouw. Overigens is een aanvulling van twee personen ook een goede optie.

Een kort overzicht van de activiteiten:

  • Het uitkiezen en annoteren van pensa voor tweede ronde en finale.
  • Het uitkiezen en annoteren van de tekst voor de eerste ronde.
  • Het maken van vragen voor en vaststellen van de opgaven van de eerste ronde.
  • Het maken van vragen voor en vaststellen van de opgaven van de tweede ronde.
  • Surveillance bij en correctie van de tweede ronde.
  • Organisatie van de finale.

Alle activiteiten gelden zowel voor Grieks als voor Latijn. Wij komen voor besprekingen ongeveer zes maal per jaar bijeen, meestal in Rotterdam (op loopafstand van het Centraal Station), doorgaans op een zaterdag, van 10.30 uur tot ongeveer 16.00 uur, met een onderbreking voor de lunch. Ook hier geldt: je oogst veel waardering en natuurlijk worden onkosten vergoed. Daarnaast gaan we één maal per jaar gezellig uit eten.

Als je denkt dat deelname aan al deze activiteiten te veel voor je is, dan is het zeker ook mogelijk om je te beperken tot een aantal ervan.

Meer informatie nodig? Mail naar klassiekeolympiaden@gmail.com.


30-01-2020

Op vrijdag 24 januari en op woensdag 29 januari zijn op het Gemeentelijk Gymnasium te Hilversum de tweede rondes van de Klassieke Olympiaden gespeeld. Bij de wedstrijd Latijn werden een vijftigtal leerlingen onderworpen aan vragen over het gelezen pensum van Juvenalis. Naast de bekende omzettingsvragen en gatentekst, was er veel aandacht voor de immigratiethematiek uit de tekst. Als creatieve opdracht konden de kandidaten kiezen uit het schrijven van een brief aan premier Mark Rutte om daarin aan de hand van de Romeinse cultuur de positieve kanten van immigratie en vreemdelingen te benadrukken, of het schrijven van een satire voor een Nederlandse cabaretier. Maar ook de ruim veertig kandidaten Grieks hadden het niet gemakkelijk: naast het vergelijken van literaire vertalingen en het toelichten van de aspectswaarden van werkwoordsvormen stond fake news centraal, zoals ook de gewone burger in de tijd van Herodotus door Peisistratos voor de gek werd gehouden. Het tweede, meer creatieve deel van de olympiade bestond uit een opdracht om een script voor een nieuwe Netflix-serie te schrijven of om de rol van beeldredacteur aan te nemen en zo tot een verantwoorde keuze van afbeeldingen voor een nieuwe schoolmethode Grieks te komen.

De opgaven van de tweede ronde Latijn en Grieks zijn inmiddels op onze site gepubliceerd. Het werd van de kandidaten wordt momenteel door de commissie gecorrigeerd en daarover zal in de week van 10 februari 2020 gecommuniceerd worden. Ook de vooraf aangevraagde scans zullen dan verzonden worden.


06-11-2019

De eerste ronde van de Klassieke Olympiaden 2019-2020 loopt ten einde en dat betekent traditiegetrouw dat de opgaven voor de volwassenen worden gepubliceerd.

De wedstrijd Grieks omvat een passage van Solon. Toen aan het begin van de 6e eeuw de tegenstellingen tussen de rijke aristocraten en het arme gewone volk in Athene hoog opliepen, ontving Solon het verzoek om als bemiddelaar op te treden. Hij verklaarde zich hiertoe bereid maar stelde daarbij als voorwaarde dat er tien jaar lang geen letter aan zijn maatregelen veranderd mocht worden. Het belangrijkste element in zijn maatregelen was dat er een einde kwam aan de schuldslavernij. In de voorgelegde passage blikt Solon terug op zijn wetgeving. De passage Latijn is afkomstig uit het pamflet Contra Turrim Traiectensem ("Tegen de Utrechtse toren") van Geert Grote. In 1288 was men in Utrecht begonnen met de bouw van Domkerk en toren. De plannen werden als maar groter onder meer door toedoen van de eerzuchtige bisschop van Utrecht, Jan van Arkel (1314-1378). Geert Grote vond de plannen slecht en schrijft als kanunnik in Utrecht dit werk.

De jury verwacht vertalingen in correct Nederlands, waarin de nuances van de brontekst adequaat worden weergegeven. Vertalingen waarvan het Nederlands ook literair verzorgd is maken meer kans op bekroning. Let op: bewerkingen en creatieve eigen versies van het verhaal worden uitgesloten. In een Nederlandse vertaling wordt met alle elementen van de originele tekst iets gedaan, en staan in principe geen toegevoegde elementen, anders dan vanuit de noodzaak van het Nederlandse taaleigen. Als model voor literaire vertalingen kan men denken aan vertalingen in boekvorm zoals recent uitgegeven bij Athenaeum - Polak & Van Gennep, Historische Uitgeverij, Damon enz.

U kunt uw vertaling per e-mail inzenden tot 1 februari 2020 naar het adres: klassiekeolympiaden@gmail.com. Wilt u bij het inzenden vermelden of u classicus bent of niet en van welke vereniging (NKV, VCN, VVG) u lid bent?

De verenigingen stellen naast eeuwige roem, die de winnaars van deze Klassieke Olympiaden ten deel valt, prachtige prijzen in de vorm van boeken beschikbaar.

 


10-09-2019

Nu alle scholen weer zijn begonnen, starten ook de Klassieke Olympiaden voor scholieren. We gaan ook dit jaar weer op zoek naar de beste gymnasiasten voor de vakken Latijn en Grieks in Nederland en Vlaanderen.

In de eerste ronde maken de leerlingen op school tijdens een lesuur een opgave en die wordt door de vakdocent aan de hand van een correctiemodel nagekeken. De leerlingen krijgen over een ongeziene passage Latijn of Grieks een mix van meerkeuze- en open vragen. De scores worden vervolgens ingezonden naar de organisatie en op basis daarvan worden de beste 40 tot 50 kandidaten per taal geselecteerd voor de tweede ronde.

Dit jaar staan de Klassieke Olympiaden in het teken van Juvenalis’ Satiren voor Latijn en Herodotus voor Grieks. Voor de tweede ronde en de finale zijn pensa samengesteld die de kandidaten zelfstandig of met klasgenoten (in de les) moeten voorbereiden. Deze pensa vindt u op onze website (pensa Latijn en pensa Grieks) en zijn ook zeer geschikt om onderdeel te laten zijn van het schoolexamen. In januari zullen de geselecteerde leerlingen worden onderworpen aan de tweede ronde, waarin zij bevraagd worden over de inhoud van de gelezen stof. Deze ronde wordt centraal gehouden in Hilversum; de werkstukken worden gecorrigeerd en beoordeeld door de organisatie en op grond daarvan worden voor beide vakken drie leerlingen uitgenodigd voor de finale die plaatsvindt in het Rijksmuseum van Oudheden. De finalisten zullen door universitaire docenten worden ondervraagd en zijn verzekerd van een geldbedrag (100, 150 en 250 euro) en eeuwige roem.

We nodigen alle leerlingen van Nederland en Vlaanderen van harte uit om mee te doen aan de Klassieke Olympiaden, een herculische beproeving!

Hieronder volgen de belangrijkste data op een rijtje:

  • vanaf nu aanmelden voor de eerste ronde
  • 7 november 2019 deadline inzenden scores ronde 1
  • 24 januari 2020 ronde 2 Latijn in Hilversum
  • 29 januari 2020 ronde 2 Grieks in Hilversum
  • 28 maart 2020 finale in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden

Uiteraard kunt u als docent ook mee doen aan onze wedstrijd voor volwassenen. De opgaven worden na 7 november 2019 gepubliceerd en de vertalingen moeten voor 1 februari 2020 worden ingezonden.

Aanmelden kan door als docent naar klassiekeolympiaden(at)gmail.com te mailen en het pakket voor de eerste ronde aan te vragen.

Blijf op de hoogte van de Klassieke Olympiaden
U kunt ons ook op Facebook volgen: https://www.facebook.com/KlassiekeOlympiaden
Of gewoon via onze website: https://www.klassiekeolympiaden.nl

De Klassieke Olympiaden zijn een initiatief van de Vrienden van het Gymnasium, Vereniging Classici Nederland en het Nederlands Klassiek Verbond en worden financieel bijgestaan door Addisco Onderwijs, Atheneum Boekhandel, Eisma Edumedia, HermaionHistorische Uitgeverij, Labrys Reizen, Primavera Pers, Staal & Roeland, Ta Grammata en Theatergroep Aluin. Speciale dank gaat uit naar het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum en het Rijksmuseum van Oudheden voor het beschikbaar stellen van hun ruimtes.


05-07-2019

Beste leerlingen en docenten,

Vandaag hebben wij de pensa voor de Klassieke Olympiaden 2019-2020 op onze website gepubliceerd. Onze keuze is dit jaar gevallen op Herodotus voor Grieks en Juvenalis voor Latijn. De annotaties van het finalepensum Latijn zijn inmiddels ook beschikbaar.

Alle pensa zijn ook dit jaar geschikt om in de les als onderdeel van het schoolexamen te lezen.

De opgaven voor de eerste ronde kunnen in september worden aangevraagd.

Wij wensen iedereen een goede zomervakantie!


22-05-2019

Dit jaar stond Demeter centraal in de Klassieke Olympiade Grieks. In de eerste ronde die op de eigen school plaatsvond, kregen de leerlingen dertig vragen over een (ongelezen) tekst uit de Bibliotheke van Apollodorus, waarin de mythe van de roof van Persefone wordt beschreven. De vragen, voor een groot deel meerkeuze, waren van grammaticale, inhoudelijke en cultuur-historische aard. Op grond van de door de docenten ingestuurde scores werden 45 leerlingen uitgenodigd voor de tweede ronde.

Voor deze ronde lazen zij de eerste 116 regels van de Homerische hymne aan Demeter. Over het laatste deel daarvan kregen zij - in het Stedelijk Gymnasium in Hilversum - twintig vragen voorgelegd. Daarbij werd onder andere gevraagd een zestal regels te vertalen, de bedoeling van bepaalde woorden of zinnen duidelijk te maken, enige woorden om te zetten in het meervoud, de verdeling van de heerschappij door Zeus en zijn broers aan te geven en het voortleven van bepaalde woorden in het Nederlands te verklaren. Veel leerlingen hebben daarbij heel goede prestaties geleverd. Na een korte pauze volgde het tweede deel van deze ronde.

‘Moet het in hexameters?’ vroeg Christopher B. van Altena (Vossius Gymnasium Amsterdam) zich af toen hij de creatieve opdrachten voor Grieks onder ogen kreeg. Grote paniek in de ogen van de overige kandidaten. Hexameters zijn het bij Christopher niet geworden, wel prachtige trocheeën. Met zijn hymne voor Apollo schoot hij raakt en wist de harten van de juryleden te treffen. Enkele van de vondsten uit zijn pijlkoker: ‘des donderaars jaloerse vrouw en zuster’, ‘een dubbeldrachtig moederwezen’, ‘duizendmaal vermenigvuldigd leed zij’.

Een andere prachtige creatieve verwerking van de Demeterhymne, in de vorm van een brief van Persephone aan haar moeder, kwam van Ties Leenstra (geen finalist). Bij hem schreef Persephone over haar verlangen haar moeder weer te zien, maar zij kon zich getroosten in het feit dat ze een goede kamer had gekregen met uitzicht op de Styx. Bram van Altenborg (geen finalist, Marnix Gymnasium Rotterdam) bleek goed op de hoogte te zijn van het begrip dramatische ironie: ‘In de onderwereld word ik nu dus gevangen gehouden, zoals al die stervelingen buiten dit paleis. Wat zeg ik? Deze cél. Ik heb gezworen niet te eten, in de hoop dat Hades mij liever ziet weggaan dan wegkwijnen. Hoe lang ik dat volhoud, kan ik niet zeggen. Ik zie de granaatappel hangen in de onderaardse tuinen en ze zijn moeilijk te weerstaan.’

U begrijpt wel dat het voor een jury een groot genoegen is geweest om deze creatieve opdrachten te beoordelen. De juryleden kijken dan ook uit naar 6 april, waar de schoongelokte finalisten het tegen elkaar zullen opnemen.

Omdat het onmogelijk bleek daarbij een verantwoorde keuze voor drie kandidaten te maken, werd besloten voor één keer vier kandidaten voor de finale uit te nodigen, waarbij twee derde prijzen worden uitgereikt.

In de finale ging het om de laatste 50 regels van de hymne. Als Hermes namens Zeus gedaan heeft gekregen dat Hades Persefone een deel van het jaar zal afstaan aan haar moeder, is de laatste toch nog niet tevreden. Daarom stuurt Zeus Demeters moeder Rhea als bode om haar over te halen de gewassen weer te laten groeien. Omdat zowel de opdracht van Zeus aan Rhea als Rhea’s woorden tot Demeter in deze tekst staan, kon er aandacht zijn voor de retorische aspecten daarvan. Natuurlijk moest er ook vertaald worden en waren er vragen over de inhoud en de relatie met de mysteriën in Eleusis.

De jury, Casper de Jonge (docent Grieks aan de Universiteit Leiden) en Hugo Koning (docent aan het Stanislascollege Delft en ook aan de Universiteit Leiden) had maar liefst drie verrassingen voor de kandidaten in petto:

  • allereerst de tekstoverlevering; de hymne is teruggevonden in een varkensstal in Moskou, maar het manuscript ligt nu dichtbij het RMO in de UB van Leiden;
  • dan een fragment van 3 regels uit een verder verloren tragedie van Sofokles: een onbekend stukje Grieks dus voor de kandidaten met als strekking dat inwijding in de mysteriën van Eleusis leidt tot geluk, anders wacht slechts ellende!
  • ten slotte enige plaatjes; op één daarvan is Demeter afgebeeld met Ploutos, terwijl erboven geschreven staat: Eleusis en Eniautos (Het Jaar)

De jury was onder de indruk van de vier getalenteerde kandidaten, mogelijk classici in de dop. Na ampel beraad is de derde prijs toegekend aan Timo Hoogstrate (Stedelijk Gymnasium Schiedam) en Eline van der Horst (Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen). Timo gaf blijk van gedegen kennis van de grammatica en kende de betekenis van de vierkante haken (die aangeven dat er iets ontbreekt in de tekst) en wist te vertellen dat de aanvullingen in de woorden van Rhea gebaseerd zijn op de eerdere woorden van Zeus tot haar. Het trof de jury dat hij, toen hij het fragment van Sofokles onder ogen kreeg en de jury opmerkte dat de rest van de tragedie verloren is gegaan, zei: “Oh dat is jammer.” Eline toonde goed begrip van de historische context van de hymne, gedegen kennis van de vormleer en een opmerkelijke betrokkenheid. Op grond van haar ervaringen met haar eigen moeder begreep zij heel goed dat Rhea de beste keuze was om Demeter over te halen.

De tweede prijs gaat naar Christopher Altena (Vossiusgymnasium, Amsterdam). Hij vertaalde vlot en goed en kon goed overweg met de retorische aspecten van de tekst. Hij interpreteerde het tekstje van Sofokles goed en kon ook de link ervan met de hymne uitstekend leggen. Hij vertoonde een wat ironische distantie, die bleek uit zijn antwoord op de vraag: “Zou jij ingewijd willen worden in de mysteriën van Eleusis?”, namelijk: “Nee, dat lijkt me een beetje naar.”

De eerste prijs is dus voor Björn de Ruiter (Coornhertgymnasium, Gouda). Hoewel hij in de hoorn des overvloeds van Ploutos een halve zuil zag, revancheerde hij zich uitstekend met zijn inzicht in de retorische aspecten, met zijn vlotte vertalen en zijn betrokkenheid, die met name duidelijk werd in zijn veelal met een uitroepteken uitgesproken zinnen.

Zoals gebruikelijk kregen alle kandidaten een beker, een geldbedrag en een boekenpakket van de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. De wisselbeker zal het komend jaar in Gouda staan.

De commissie feliciteert de finalisten met de behaalde prijs en dankt de juryleden voor hun zeer gewaardeerde inzet.


13-05-2019

Dit jaar was de keuze gevallen op Lucretius. In de eerste ronde, die op de eigen school werd gehouden en door de docenten daar werd gecorrigeerd, werden de eerste twintig regels van Lucretius’ eerste boek (niet van tevoren gelezen) voorgelegd. De 24 - voor een groot deel meerkeuze - vragen hadden betrekking op grammatica, etymologie, cultuur-historie, stilistische middelen en natuurlijk ook tekstbegrip.

Op basis van de ingestuurde scores werden iets minder dan 50 leerlingen uitgenodigd voor de tweede ronde. Daarvoor konden zij zich voorbereiden door ongeveer 100 regels uit het 5e boek van Lucretius te lezen. In deze tweede ronde - in het Stedelijk Gymnasium Hilversum - werden de regels 999-1032 voorgelegd. De vragen varieerden van Zet dit vers om in het meervoud, Hieronder volgen twee vertalingen van deze regels, welke vind jij de beste en waarom, Vertaal deze vier verzen, een metriekvraag, Citeer twee antithesen uit deze regels en andere tekstbegripvragen tot een vraag over de filosofie van Epicurus en Lucretius en een vraag naar de betekenisrelatie tussen frustra en gefrustreerd. Er waren weer veel leerlingen die een prachtige prestatie leverden, dus ook hier was het tweede deel van deze ronde beslissend.

Lucretius is nog altijd actueel. Zijn beschouwing van het leven van de oermens en de constatering dat de agrarische revolutie de mens niet sterker gemaakt heeft zijn nog altijd springlevend; Harari bespreekt dit onderwerp in zijn veelgelezen boek Sapiens. Bij één van de creatieve opdrachten werd de leerlingen gevraagd een opiniestuk te schrijven over de kwestie of de mens niet beter af was geweest als hij zijn jager-verzamelaarbestaan nooit had afgezworen om boer te worden.

Björn de Ruiter (Coornhert Gymnasium Gouda) heeft prachtige parallellen weten te trekken tussen de historische blik van Lucretius en de hedendaagse, wetenschappelijke visie op de oermens. In mooi en helder Nederlands betoogt hij dat de prehistorische berenvanger misschien niet veel bezittingen had, maar wel een overzichtelijker en gelukkiger leven had dan de huidige administratie-admins: ‘Tegenwoordig bevinden we ons in een samenleving waarin alles snel moet, we ons bij voorkeur met zo ingewikkeld mogelijke taal uitdrukken en we tot overmaat van ramp in het oerwoud van verzekeringsmaatschappijen een passende zorgverzekering moeten zoeken. Uit deze vergelijking volgt de niet onterechte vraag: ‘Zijn we niet beter af als simpele zielen uit onze eigen historie?”

Slechts enkele leerlingen durfden de uitdaging aan te gaan om Lucretius’ filosofie in een modern, aantrekkelijk jasje te hijsen. De opdracht was om zijn werk populair toegankelijk te maken. Degene die hier het best in geslaagd is, Hanna de Koning (Stedelijk Gymnasium Schiedam), heeft een lied geschreven op de melodie van ‘Make you feel my love’ van Adèle, waarbij ze het originele rijmschema van dit lied heeft aangehouden. Het leven van de oermens was geen pretje:

‘Vroeger was het leven vreeslijk zwaar
Dieren aten je met huid en haar
Al die wonden, och, eheu, wat naar
Zo werkte de natuur …’

De mens uit Lucretius’ tijd heeft echter ook geen luizenleven:

‘Schepen vergaan nu op de woeste zee
Lachende golven sleuren mannen mee
Het zoute water, ooit was het gedwee
Zo werkt nu de natuur.’

Het was een genoegen om de werkstukken te bekijken en niet eenvoudig om drie kandidaten te selecteren voor de finale.

In de finale stonden 50 andere regels uit het 5e boek van Lucretius’ De rerum Natura centraal. In die regels betoogt Lucretius dat centauren en andere mythische wezens die uit verschillende diersoorten zijn opgebouwd, nooit hebben kunnen bestaan. Een moeilijke tekst die de kandidaten een grote uitdaging bood. Inzicht in dichterlijke aspecten, filosofische aspecten en natuurlijk de niet gemakkelijk verwoorde inhoud, daarvan moesten de kandidaten blijk geven.

De jury, bestaande uit twee universitaire Latinisten: Suzanne Adema (Universiteit van Amsterdam) en Christoph Pieper (Universiteit Leiden), had een moeilijke taak omdat de kandidaten lieten zien dat zij zich goed voorbereid hadden en alledrie bijzonder getalenteerd zijn..

Daarbij was de openingsvraag verrassend: stel je voor dat jij Lucretius bent, wat zou je dan moeten schrijven over een mythologisch wezen als de hippogrief of Cerberus. Daarbij moest op creatieve wijze de methode van Lucretius verwerkt worden in een goed antwoord. Een andere verrassing was dat de jury ook nog wilde weten of de kandidaten nog iets wisten van de tekst uit de tweede ronde over de ontwikkeling van de mensheid, het aanvankelijk gevecht om het leven en het ontstaan van gemeenschappen en van taal, waarbij Lucretius’ methode van observeren van de natuur leidend tot filosofische gedachten zo goed naar voren komt. Natuurlijk moest er ook vertaald worden en waren er vragen van grammaticale aard. Ook de metriek en variaties in de tekstoverlevering (de twee handschriften van Lucretius’ werk bevinden zich in Leiden) en de vraag hoe actueel Lucretius is, kwamen aan de orde.

Uiteindelijk is de derde prijs toegekend aan Eline van der Horst (Willem Lodewijk gymnasium, Groningen). Bijzonder is haar kennis van syntaxis en taalkundige termen (zoals: labialen) en haar persoonlijke verhouding tot de tekst, die zij ook goed gebruikt in haar eigen denken. Ook is de jury onder de indruk van de manier waarop Eline de tekst metrisch voorlas.

De tweede prijs is voor Björn de Ruiter (Coornhert Gymnasium, Gouda), een snel en zelfverzekerd denker die zich ook liet ontvallen: “ik hoopte al dat jullie dat zouden vragen.” Zijn filosofische kennis leidde tot een goed gesprek.
Dus is de eerste prijs gewonnen door Hanna de Koning (Stedelijk Gymnasium, Schiedam). Sterk in metriek (voorlezen zonder eerst te scanderen), overzicht over de tekst, goede toepassing, prima kennis van taal en inhoud, kortom over de hele linie staat zij het verst boven de stof.

Zoals gebruikelijk kregen alle kandidaten een beker, een geldbedrag en een boekenpakket van de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. De wisselbeker zal het komend jaar in Schiedam staan.

De commissie feliciteert de finalisten met de behaalde prijs en dankt de juryleden voor hun zeer gewaardeerde inzet.