Nieuwsoverzicht

22-05-2019

Dit jaar stond Demeter centraal in de Klassieke Olympiade Grieks. In de eerste ronde die op de eigen school plaatsvond, kregen de leerlingen dertig vragen over een (ongelezen) tekst uit de Bibliotheke van Apollodorus, waarin de mythe van de roof van Persefone wordt beschreven. De vragen, voor een groot deel meerkeuze, waren van grammaticale, inhoudelijke en cultuur-historische aard. Op grond van de door de docenten ingestuurde scores werden 45 leerlingen uitgenodigd voor de tweede ronde.

Voor deze ronde lazen zij de eerste 116 regels van de Homerische hymne aan Demeter. Over het laatste deel daarvan kregen zij - in het Stedelijk Gymnasium in Hilversum - twintig vragen voorgelegd. Daarbij werd onder andere gevraagd een zestal regels te vertalen, de bedoeling van bepaalde woorden of zinnen duidelijk te maken, enige woorden om te zetten in het meervoud, de verdeling van de heerschappij door Zeus en zijn broers aan te geven en het voortleven van bepaalde woorden in het Nederlands te verklaren. Veel leerlingen hebben daarbij heel goede prestaties geleverd. Na een korte pauze volgde het tweede deel van deze ronde.

‘Moet het in hexameters?’ vroeg Christopher B. van Altena (Vossius Gymnasium Amsterdam) zich af toen hij de creatieve opdrachten voor Grieks onder ogen kreeg. Grote paniek in de ogen van de overige kandidaten. Hexameters zijn het bij Christopher niet geworden, wel prachtige trocheeën. Met zijn hymne voor Apollo schoot hij raakt en wist de harten van de juryleden te treffen. Enkele van de vondsten uit zijn pijlkoker: ‘des donderaars jaloerse vrouw en zuster’, ‘een dubbeldrachtig moederwezen’, ‘duizendmaal vermenigvuldigd leed zij’.

Een andere prachtige creatieve verwerking van de Demeterhymne, in de vorm van een brief van Persephone aan haar moeder, kwam van Ties Leenstra (geen finalist). Bij hem schreef Persephone over haar verlangen haar moeder weer te zien, maar zij kon zich getroosten in het feit dat ze een goede kamer had gekregen met uitzicht op de Styx. Bram van Altenborg (geen finalist, Marnix Gymnasium Rotterdam) bleek goed op de hoogte te zijn van het begrip dramatische ironie: ‘In de onderwereld word ik nu dus gevangen gehouden, zoals al die stervelingen buiten dit paleis. Wat zeg ik? Deze cél. Ik heb gezworen niet te eten, in de hoop dat Hades mij liever ziet weggaan dan wegkwijnen. Hoe lang ik dat volhoud, kan ik niet zeggen. Ik zie de granaatappel hangen in de onderaardse tuinen en ze zijn moeilijk te weerstaan.’

U begrijpt wel dat het voor een jury een groot genoegen is geweest om deze creatieve opdrachten te beoordelen. De juryleden kijken dan ook uit naar 6 april, waar de schoongelokte finalisten het tegen elkaar zullen opnemen.

Omdat het onmogelijk bleek daarbij een verantwoorde keuze voor drie kandidaten te maken, werd besloten voor één keer vier kandidaten voor de finale uit te nodigen, waarbij twee derde prijzen worden uitgereikt.

In de finale ging het om de laatste 50 regels van de hymne. Als Hermes namens Zeus gedaan heeft gekregen dat Hades Persefone een deel van het jaar zal afstaan aan haar moeder, is de laatste toch nog niet tevreden. Daarom stuurt Zeus Demeters moeder Rhea als bode om haar over te halen de gewassen weer te laten groeien. Omdat zowel de opdracht van Zeus aan Rhea als Rhea’s woorden tot Demeter in deze tekst staan, kon er aandacht zijn voor de retorische aspecten daarvan. Natuurlijk moest er ook vertaald worden en waren er vragen over de inhoud en de relatie met de mysteriën in Eleusis.

De jury, Casper de Jonge (docent Grieks aan de Universiteit Leiden) en Hugo Koning (docent aan het Stanislascollege Delft en ook aan de Universiteit Leiden) had maar liefst drie verrassingen voor de kandidaten in petto:

  • allereerst de tekstoverlevering; de hymne is teruggevonden in een varkensstal in Moskou, maar het manuscript ligt nu dichtbij het RMO in de UB van Leiden;
  • dan een fragment van 3 regels uit een verder verloren tragedie van Sofokles: een onbekend stukje Grieks dus voor de kandidaten met als strekking dat inwijding in de mysteriën van Eleusis leidt tot geluk, anders wacht slechts ellende!
  • ten slotte enige plaatjes; op één daarvan is Demeter afgebeeld met Ploutos, terwijl erboven geschreven staat: Eleusis en Eniautos (Het Jaar)

De jury was onder de indruk van de vier getalenteerde kandidaten, mogelijk classici in de dop. Na ampel beraad is de derde prijs toegekend aan Timo Hoogstrate (Stedelijk Gymnasium Schiedam) en Eline van der Horst (Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen). Timo gaf blijk van gedegen kennis van de grammatica en kende de betekenis van de vierkante haken (die aangeven dat er iets ontbreekt in de tekst) en wist te vertellen dat de aanvullingen in de woorden van Rhea gebaseerd zijn op de eerdere woorden van Zeus tot haar. Het trof de jury dat hij, toen hij het fragment van Sofokles onder ogen kreeg en de jury opmerkte dat de rest van de tragedie verloren is gegaan, zei: “Oh dat is jammer.” Eline toonde goed begrip van de historische context van de hymne, gedegen kennis van de vormleer en een opmerkelijke betrokkenheid. Op grond van haar ervaringen met haar eigen moeder begreep zij heel goed dat Rhea de beste keuze was om Demeter over te halen.

De tweede prijs gaat naar Christopher Altena (Vossiusgymnasium, Amsterdam). Hij vertaalde vlot en goed en kon goed overweg met de retorische aspecten van de tekst. Hij interpreteerde het tekstje van Sofokles goed en kon ook de link ervan met de hymne uitstekend leggen. Hij vertoonde een wat ironische distantie, die bleek uit zijn antwoord op de vraag: “Zou jij ingewijd willen worden in de mysteriën van Eleusis?”, namelijk: “Nee, dat lijkt me een beetje naar.”

De eerste prijs is dus voor Björn de Ruiter (Coornhertgymnasium, Gouda). Hoewel hij in de hoorn des overvloeds van Ploutos een halve zuil zag, revancheerde hij zich uitstekend met zijn inzicht in de retorische aspecten, met zijn vlotte vertalen en zijn betrokkenheid, die met name duidelijk werd in zijn veelal met een uitroepteken uitgesproken zinnen.

Zoals gebruikelijk kregen alle kandidaten een beker, een geldbedrag en een boekenpakket van de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. De wisselbeker zal het komend jaar in Gouda staan.

De commissie feliciteert de finalisten met de behaalde prijs en dankt de juryleden voor hun zeer gewaardeerde inzet.


13-05-2019

Dit jaar was de keuze gevallen op Lucretius. In de eerste ronde, die op de eigen school werd gehouden en door de docenten daar werd gecorrigeerd, werden de eerste twintig regels van Lucretius’ eerste boek (niet van tevoren gelezen) voorgelegd. De 24 - voor een groot deel meerkeuze - vragen hadden betrekking op grammatica, etymologie, cultuur-historie, stilistische middelen en natuurlijk ook tekstbegrip.

Op basis van de ingestuurde scores werden iets minder dan 50 leerlingen uitgenodigd voor de tweede ronde. Daarvoor konden zij zich voorbereiden door ongeveer 100 regels uit het 5e boek van Lucretius te lezen. In deze tweede ronde - in het Stedelijk Gymnasium Hilversum - werden de regels 999-1032 voorgelegd. De vragen varieerden van Zet dit vers om in het meervoud, Hieronder volgen twee vertalingen van deze regels, welke vind jij de beste en waarom, Vertaal deze vier verzen, een metriekvraag, Citeer twee antithesen uit deze regels en andere tekstbegripvragen tot een vraag over de filosofie van Epicurus en Lucretius en een vraag naar de betekenisrelatie tussen frustra en gefrustreerd. Er waren weer veel leerlingen die een prachtige prestatie leverden, dus ook hier was het tweede deel van deze ronde beslissend.

Lucretius is nog altijd actueel. Zijn beschouwing van het leven van de oermens en de constatering dat de agrarische revolutie de mens niet sterker gemaakt heeft zijn nog altijd springlevend; Harari bespreekt dit onderwerp in zijn veelgelezen boek Sapiens. Bij één van de creatieve opdrachten werd de leerlingen gevraagd een opiniestuk te schrijven over de kwestie of de mens niet beter af was geweest als hij zijn jager-verzamelaarbestaan nooit had afgezworen om boer te worden.

Björn de Ruiter (Coornhert Gymnasium Gouda) heeft prachtige parallellen weten te trekken tussen de historische blik van Lucretius en de hedendaagse, wetenschappelijke visie op de oermens. In mooi en helder Nederlands betoogt hij dat de prehistorische berenvanger misschien niet veel bezittingen had, maar wel een overzichtelijker en gelukkiger leven had dan de huidige administratie-admins: ‘Tegenwoordig bevinden we ons in een samenleving waarin alles snel moet, we ons bij voorkeur met zo ingewikkeld mogelijke taal uitdrukken en we tot overmaat van ramp in het oerwoud van verzekeringsmaatschappijen een passende zorgverzekering moeten zoeken. Uit deze vergelijking volgt de niet onterechte vraag: ‘Zijn we niet beter af als simpele zielen uit onze eigen historie?”

Slechts enkele leerlingen durfden de uitdaging aan te gaan om Lucretius’ filosofie in een modern, aantrekkelijk jasje te hijsen. De opdracht was om zijn werk populair toegankelijk te maken. Degene die hier het best in geslaagd is, Hanna de Koning (Stedelijk Gymnasium Schiedam), heeft een lied geschreven op de melodie van ‘Make you feel my love’ van Adèle, waarbij ze het originele rijmschema van dit lied heeft aangehouden. Het leven van de oermens was geen pretje:

‘Vroeger was het leven vreeslijk zwaar
Dieren aten je met huid en haar
Al die wonden, och, eheu, wat naar
Zo werkte de natuur …’

De mens uit Lucretius’ tijd heeft echter ook geen luizenleven:

‘Schepen vergaan nu op de woeste zee
Lachende golven sleuren mannen mee
Het zoute water, ooit was het gedwee
Zo werkt nu de natuur.’

Het was een genoegen om de werkstukken te bekijken en niet eenvoudig om drie kandidaten te selecteren voor de finale.

In de finale stonden 50 andere regels uit het 5e boek van Lucretius’ De rerum Natura centraal. In die regels betoogt Lucretius dat centauren en andere mythische wezens die uit verschillende diersoorten zijn opgebouwd, nooit hebben kunnen bestaan. Een moeilijke tekst die de kandidaten een grote uitdaging bood. Inzicht in dichterlijke aspecten, filosofische aspecten en natuurlijk de niet gemakkelijk verwoorde inhoud, daarvan moesten de kandidaten blijk geven.

De jury, bestaande uit twee universitaire Latinisten: Suzanne Adema (Universiteit van Amsterdam) en Christoph Pieper (Universiteit Leiden), had een moeilijke taak omdat de kandidaten lieten zien dat zij zich goed voorbereid hadden en alledrie bijzonder getalenteerd zijn..

Daarbij was de openingsvraag verrassend: stel je voor dat jij Lucretius bent, wat zou je dan moeten schrijven over een mythologisch wezen als de hippogrief of Cerberus. Daarbij moest op creatieve wijze de methode van Lucretius verwerkt worden in een goed antwoord. Een andere verrassing was dat de jury ook nog wilde weten of de kandidaten nog iets wisten van de tekst uit de tweede ronde over de ontwikkeling van de mensheid, het aanvankelijk gevecht om het leven en het ontstaan van gemeenschappen en van taal, waarbij Lucretius’ methode van observeren van de natuur leidend tot filosofische gedachten zo goed naar voren komt. Natuurlijk moest er ook vertaald worden en waren er vragen van grammaticale aard. Ook de metriek en variaties in de tekstoverlevering (de twee handschriften van Lucretius’ werk bevinden zich in Leiden) en de vraag hoe actueel Lucretius is, kwamen aan de orde.

Uiteindelijk is de derde prijs toegekend aan Eline van der Horst (Willem Lodewijk gymnasium, Groningen). Bijzonder is haar kennis van syntaxis en taalkundige termen (zoals: labialen) en haar persoonlijke verhouding tot de tekst, die zij ook goed gebruikt in haar eigen denken. Ook is de jury onder de indruk van de manier waarop Eline de tekst metrisch voorlas.

De tweede prijs is voor Björn de Ruiter (Coornhert Gymnasium, Gouda), een snel en zelfverzekerd denker die zich ook liet ontvallen: “ik hoopte al dat jullie dat zouden vragen.” Zijn filosofische kennis leidde tot een goed gesprek.
Dus is de eerste prijs gewonnen door Hanna de Koning (Stedelijk Gymnasium, Schiedam). Sterk in metriek (voorlezen zonder eerst te scanderen), overzicht over de tekst, goede toepassing, prima kennis van taal en inhoud, kortom over de hele linie staat zij het verst boven de stof.

Zoals gebruikelijk kregen alle kandidaten een beker, een geldbedrag en een boekenpakket van de Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. De wisselbeker zal het komend jaar in Schiedam staan.

De commissie feliciteert de finalisten met de behaalde prijs en dankt de juryleden voor hun zeer gewaardeerde inzet.


16-04-2019

Op zaterdag 6 april 2019 vond de finalemiddag van de Klassieke Olympiaden plaats. Kandidaten, volwassen winnaars, familieleden, docenten en klasgenoten waren naar het RMO in Leiden afgereisd om aanwezig te zijn bij de grote prijsuitreiking.

Terwijl in de Leemanszaal een middagprogramma plaatsvond, stond de jongeren nog een ondervraging door docenten over de finalepensa te wachten. Suzanne Adema (Vrije Universiteit Amsterdam) en Christoph Pieper (Universiteit Leiden) ondervroegen de kandidaten Latijn over een passage uit het werk van Lucretius over het al of niet bestaan van mythische dieren. Casper de Jonge (Universiteit Leiden) en Hugo Koning (Universiteit Leiden en Stanislascollege Delft) hadden dit jaar gesprekken met vier kandidaten over het slot van de Homerische hymne op Demeter.

Alle aanwezigen werden vermaakt door Theatergroep Aluin met hun prachtige voorstelling over de Metamorphosen van Ovidius. In een tijdsbestek van een uur werden tien bekende verhalen uit het werk van de schrijver niet alleen verteld maar ook uitgebeeld. Aluin staat erom bekend oersterke verhalen te kunnen vertellen en dat is de actrices ook dit jaar weer goed gelukt. Voorafgaand aan de prijsuitreiking had de organisatie filosoof Bert van den Berg (Universiteit Leiden) uitgenodigd om te komen vertellen over de opvattingen van antieke filosofen over de mythische fabeldieren. Daarbij ging hij natuurlijk speciaal in op Lucretius.

Rond 16.00 uur was het dan toch de hoogste tijd om de prijzen voor jongeren en volwassen uit te reiken.

Volwassenen Grieks
mevrouw A.G. Bik-Huls (classica)
er is geen prijs uitgereikt aan een niet-classicus

Volwassenen Latijn
Emgert Zondervan (classicus)
Wim van Geldrop (niet-classicus)

Jongeren Grieks

  1. Björn de Ruiter (Coornhert Gymnasium, Gouda)
  2. Christopher van Altena (Vossius Gymnasium, Amsterdam)
  3. Timo Hoogstrate (Stedelijk Gymnasium, Schiedam) & Eline van der Horst (Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen)

Jongeren Latijn

  1. Hanna de Koning (Stedelijk Gymnasium, Schiedam)
  2. Björn de Ruiter (Coornhert Gymnasium, Gouda)
  3. Eline van der Horst (Willem Lodewijk Gymnasium, Groningen)

Aan de Klassieke Olympiaden van het schooljaar 2018-2019 deden 707 leerlingen mee; 457 voor Latijn en 250 voor Grieks. Negen volwassenen zonden een vertaling voor Latijn in en dertien voor Grieks.

De commissie dankt alle leerlingen en volwassenen voor hun deelname en alle juryleden voor hun beoordelingen. Binnenkort volgt op de website een omschrijving van de pensa voor het volgend schooljaar en voor de zomervakantie zullen de volledige pensa gepubliceerd worden.

De Klassieke Olympiaden zijn een initiatief van de Vrienden van het Gymnasium, Vereniging Classici Nederland en het Nederlands Klassiek Verbond en worden financieel bijgestaan door Addisco Onderwijs, Atheneum Boekhandel, Eisma Edumedia, Hermaion, Historische Uitgeverij, Labrys Reizen, Primavera Pers, Staal & Roeland, Ta Grammata en Theatergroep Aluin. Speciale dank gaat uit naar het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum en het Rijksmuseum van Oudheden voor het beschikbaar stellen van hun ruimtes.


08-04-2019

De voorgelegde Latijnse tekst (Copa uit de Appendix Vergiliana) was van een hoog gehalte. In deze tekst wordt een herbergierster die tevens als danseres optreedt, van een idyllisch gelegen etablissement ten tonele gevoerd die de voorbijganger uitnodigt tot een aangenaam verpozen in haar herberg. Het fragment was zowel moeilijk van inhoud (syntaxis, woordkeus) als nogal lang. Des te meer is het te prijzen dat deelnemers zich eraan hebben gewaagd!

De commissie ontving negen inzendingen, waarvan twee van een niet-classicus. Gezien de moeilijkheidsgraad van de tekst een begrijpelijk aantal. Juist daarom zijn compimenten voor de niet-classici zeker op hun plaats. De vertaling van Wim van Geldrop kent nog wel wat verbeterpunten wat betreft vorm en inhoud, maar ook een paar mooie vondsten ('bank voor drinkers' voor bibulo toro, 'soepele stelen' voor lentis racemis). Daarom heeft de commissie besloten om hem de prijs voor niet-classici toe te kennen.

1. Een Syrische danseres met een Griekse haarband om haar hoofd,
2.     bedreven haar trillende heupen op de castagnetten te bewegen,
3. danst dronken en dartel in een rokerige taverne
4.    en slaat haar ellebogen uit op de maat van een hees klinkende rietfluit:
5. "Wat heb je eraan elders te zwoegen in het stof van de zomer?
6.     Liever dan je neer te vlijen op een bank voor drinkers?
7. Er is een park en kamers, een roos, een fluit, een lier en
8.    een prieel, koel door schaduwrijk riet.
9. Hoor, ook klinkt naar gewoonte de landelijke herdersfluit,
10.    die zacht ruist onder in Maenalus' grot.
11. En er is wijn, nog pas uitgegoten uit een geteerd vat,
12.    en een stroompje luid kabbelend water.
13. Ook zijn er kransjes gemaakt van de saffraangele bloesem van het viooltje,
14.    en een gele krans gemengd met purperen roos.
15. En leliën, die Achelois uit de maagdelijke stroom heeft weggenomen
16.    en meegebracht in gevlochten korven.
17. Ook stukjes kaas, gedroogd in een biezen mandje
18.    en wasgele pruimen van de herfstdag
19. en kastanjes en zoet blozende appels,
20.    hier is de pure Ceres, en Amor en Bromius.
21. Ook is er de bloedrode moerbei en de druiventros aan soepele stelen,
22.    en er hangt een donkergroene komkommer aan een biezen steel.
23. De wachter van dit hutje is gewapend met een sikkel van wilgenhout,
24.    maar hij is ook met zijn enorme geslacht niet afschrikwekkend.
25. Kom hierheen, Huurder, je vermoeide ezel zweet al;
26.    spaar hem: de ezel is de lieveling van Vesta.
27. Nu splijten de krekels met hun gesjirp de struiken,
28.    nu verbergt de gevlekte hagedis zich op een koele plaats.
29. Als je verstandig bent, moet je nu rusten en je zomerglas uitdrinken,
30.    of als je de nieuwe bekers van kristal wilt hebben.
31. Kom hier en rust vermoeid als je bent uit in de schaduw van de wijngaard
32.    en omwind je zware hoofd met een krans van rozen,
33. dat welgevormd de mond van een teder meisje beroert.
34.    Weg met die gefronste blik!
35. Waarom bewaar je de geurige krans voor ondankbare as?
36.    Of wil je soms dat die bedekt wordt onder een grafsteen met een krans?
37. Hier met de wijn en dobbelstenen. Weg met wie zorgen heeft voor morgen!
38.    De Dood trekt aan je oor en zegt: "Leef je uit, ík kom eraan."

Van de inzendingen van de classici zijn naar het oordeel van de jury die van mevrouw Bik en Daan Mulder beide verdienstelijk. Ze hebben de tekst over het algemeen adequaat vertaald (zij het dat 'reuzenlul' voor de vasto inguine van de 'schildwacht' in de vertaling van mevrouw Bik qua stijlniveau tekort schiet). Tegelijk is de dichterlijke vorm niet opmerkelijk. Mevrouw Bik kiest voor een globaal jambisch ritme (met vijf, zes of zeven heffingen), Daan Mulder voor een typografische verdeling van verzen overeenkomstig het origineel, maar zonder een waarneembare metrische structuur.

De vertaling van Guido Kuiper bevat enkele lovenswaardige vondsten ('bank die vráágt om drank' voor bibulo toro, 'slobberwijn' voor vappa, 'intimiderend lid' voor vasto inguine), maar helaas ook enkele wat grotere fouten in de interpretatie ('stoot ze haar ellebogen uit' voor ad cubitum excutiens, 'meisje babbelt lieflijk in de grot' waar het niet een meisje betreft, maar een rustica pastoris fistula, 'plakkende trossen' voor lentis racemis, e.a.)

De vertaling van de prijswinnaar is zowel adequaat en mooi vertaald, als overtuigend door de keuze voor jambische coupletten (met drie regels van respectievelijk zes, zes en vier heffingen). Mooie vondsten op woordniveau ('logé' voor calybita, 'reuzengroot geslacht' voor vasto inguine) en fraaie effecten door de regelindeling (soms mooie enjambementen) maken van het geheel een fraaie vertaling. Met plezier kent de jury de prijs toe aan deze vertaling van Emgert Zondervan.

  1        De waardin, een Syrische, met om haar hoofd
  2        een Griekse band, getraind haar heup te wiegen op
                        de klanken van de castagnet,
 
  3        danst uitdagend voor haar rokerige kroeg,
  4        en slaat aangeschoten met haar ellebogen in
                        het ritme van een hese fluit:

  5        "Wat heeft het voor zin om moe van zomerstof
  6        hier weg te blijven? Hoeveel liever lig je op
                        een bed, een drankje in je hand?

  7        Kamers heb ik en een park, en bekers wijn,
  8        en rozenblaadjes, fluitmuziek en snarenspel,
                        een koel prieel met schaduwriet.

  9        Kijk, ook klinkt er wat in een spelonk van de
10        berg Maenalus verlokkend kwaakt, een boerenfluit,
                        zoals een herder erop speelt.

11        Ook een wijntje is er, net geschonken uit
12        een afgepekte kruik, en diep gegorgel van
                        een klaterende watergoot.

13        Gele bloemenkransen van viooltjes zijn
14        er zelfs, en gele slingers met het purperrood
                        van rozen erdoorheen

15        en de lelies die door Achelois in
16        gevlochten mandjes aangedragen zijn, geplukt
                        vanuit haar maagdelijke stroom.

17        Stukjes kaas, gedroogd in biezen korven, zijn
18        er ook, en pruimen zijn er, met hun huid van was,
                        nog uit de dagen van de herfst

19        en kastanjes en, zoet blozend, appeltjes,
20        hier is wat pure Ceres biedt, wat Amor brengt,
                        hier is wat Bromius bezorgt.

21        Ook zijn er bloedrood gekleurde moerbeien
22        en druiven, hechte trossen vol, en diepgroene
                        komkommers hangen aan hun rank.

23        De bewaker van de tent is met een mes
24        voor wilgentenen uitgerust, maar is, ook met
                        zijn reuzegroot geslacht, niet eng.

25        Kom toch hier, logé: je moeie ezeltje
26        loopt al te zweten; spaar het toch: je ezeltje
                        is Vesta's lievelingetje;

27        nu verscheuren de cicaden met hun druk
28        gezang de bosjes, nu schuilt op een koele plek
                        de bontgevlekte hagedis:

29        als je slim bent, slurp dan nu een zomers glas
30        lui liggend op je rug, of pak, wanneer je wilt,
                        de nieuwe kelken van kristal.

31        Kom, rust hier vermoeid onder de schaduw van
32        een wijnstok uit, en leg je zware hoofd tegen
                        een rozerode boezemband;

33        mooi, dat hoofd, terwijl het aan de mond plukt van
34        een meisje dat nog tenger is. Ach, weg met wie
                        een ouderwetse wenkbrauw fronst!

35        Slingers met een fijne geur, waarom bewaar
36        je die voor as, die toch ondankbaar is? Of wil
                        je een bekranste steen erop?

37        Zorg voor wijn en dobbelstenen. Weg met wie
38        bezorgd aan morgen denkt! De dood trekt aan ons oor
                        en zegt ons: "Leef. Ik kom eraan."

De commissieleden danken alle inzenders voor hun inspanningen en hopen dat u volgend jaar de uitdaging in nog groteren getale aangaat.


08-04-2019

De voorgelegde Griekse tekst is genomen uit Ἐρωτικὰ παθήματα, een prozawerkje van de Griekse dichter Parthenios die in de eerste eeuw voor Christus in Rome leefde. Dit werkje bevat 36 korte verhalen over ongelukkige liefdes. De voorgelegde tekst gaat over de ongelukkige liefde van Oinonè voor Paris.

De commissie ontving dertien inzendingen, waarvan twee van een niet-classicus. Helaas moest de commissie constateren dat deze laatste twee niet in aanmerking kwamen voor een prijs. Soms waren het echte fouten, soms een verkeerd tijdsgebruik, soms opvallende woordkeus die stilistisch minder goed paste. Een woord van waardering past voor de inspanningen die deze twee inzenders zich hebben getroost.

Van de elf inzendingen van classici staken er drie duidelijk boven de andere uit. Van deze drie is de vertaling van Guido Kuiper naar het oordeel van de jury een heel correcte en best soepel lopende vertaling. Op sommige punten is deze vertaling correcter dan de concurrentie; zo verbindt hij ἤδη (r. 23) correct met νέκυν ('zijn inmiddels dode lichaam'). De vertaler houdt zich zo veel mogelijk aan de Griekse zinsbouw, maar naar het oordeel van de jury is het woordgebruik soms wel wat plechtstatig ('zij sprak', 'gedoemd was', 'geschrei', 'rouwmisbaar'), soms zelfs wat oubollig ('enfin', 'desalniettemin'). De jury zou graag wat meer creativiteit en durf in de vertaling zien, ook al is deze Griekse tekst misschien in dit opzicht weinig uitdagend door de recht-toe-recht-aan stijl van Parthenios. Daarom valt de prijs niet op deze vertaling.

De beide andere vertalingen waren verwikkeld in een nek-aan-nek race. Beide vertalers/vertaalsters tonen de nodige durf en creativiteit bij het aanpassen van de zinsbouw aan courant Nederlands taalgebruik, beiden kiezen voor afwisseling in de zinsconstructies met veel parataxis, beiden vermijden ‘gymnasiale’ woorden en zinswendingen en beiden produceren daardoor een levendige, soepel leesbare tekst.

De vertaling van Tom Ingelbrecht begint met een voorsprong door de (gewaagde) korte entreezin. Verfrissend zijn ook variaties op vormen van het afgesleten werkwoord 'zeggen' ('naar verluidt', 'naar eigen zeggen'). Een enkele keer vroeg de jury zich af of de vrijheden die de vertaler zich permitteert niet al te groot zijn, bijvoorbeeld als de indirecte rede door een directe rede vervangen wordt (r. 19-20) of zelfs een soort vertellerscommentaar wordt toegevoegd ('helaas'). Dat, gevoegd bij een aantal onvolkomenheden (zoals de verbinding van ἔνθα in r. 20 met ἐπέπυστο in plaats van met κεῖσθαι en de contaminatie in de Nederlandse uitdrukking 'benam zich van het leven') hebben toch gemaakt dat de keuze voor de beste vertaling niet op deze tekst valt.

De jury heeft uiteindelijk de voorkeur gegeven aan de combinatie van degelijkheid en levendigheid die de derde vertaling ten toon spreidt. De opvallende misser in de eerste regel (een βουκόλος hoedt toch echt geen schapen) wordt ruimschoots goedgemaakt door mooie vertaalvondsten als 'op handen zou dragen' (ἐν περισσοτέρᾳ τιμῇ ἕξειν), 'zou hij vallen voor' (πτοηθεὶς ἐπὶ) en 'wilde hij er niet van weten' (οὐκ εἴα μεμνῆσθαι). Daarom kent de jury met veel genoegen de prijs toe aan mevrouw Bertie Bik.

"Toen Alexander, de zoon van Priamus, schapenhoeder was op de Ida, werd hij verliefd op Oinone, de dochter van Kebren. Het verhaal gaat dat zij, vervuld van een of andere god, de toekomst voorspelde en verder ook een grote faam bezat vanwege haar verstandig inzicht.
Alexander nam haar dus als zijn vrouw met zich mee uit het huis van haar vader naar de Ida, waar zijn boerderij was en omdat hij zo veel van haar hield, beloofde hij dat hij haar nooit zou verlaten en haar altijd op handen zou dragen.. Maar zij zei dat ze dat voor nu wel wilde aannemen, omdat hij zo dol op haar was, maar dat er een tijd zou komen dat hij haar in de steek zou laten en naar Europa zou vertrekken. Daar zou hij vallen voor een vreemde vrouw en zo zijn vaderstad in de oorlog storten.. Ze voorspelde verder dat hij in de oorlog gewond zou raken en dat niemand in staat zou zijn hem te genezen, behalve zijzelf.. Hoewel zij er telkens weer over begon, wilde hij er niet van weten.
De tijd ging verder. Alexander trouwde met Helena en Oinone, boos om wat hij had gedaan, ging terug naar Kebren, naar haar ouderlijk huis.
Alexander werd in de loop van de oorlog verwond door een boogschot van Philoctetes. Toen schoot hem te binnen wat Oinone had gezegd, dat hij alleen door haar genezen kon worden. Hij zond een bode met het verzoek om hem met spoed te komen genezen en het verleden te vergeten, omdat dat nu eenmaal door de wil van de goden zo was gelopen. Maar zij gaf als beledigde majesteit het antwoord dat hij maar naar Helena moest gaan en het aan haar vragen.
Maar toch haastte zijzelf zich met de grootste spoed naar de plaats waarvan zij had vernomen dat hij daar ziek lag. Maar de bode was eerder terug en toen hij had bericht wat Oinone’s woorden waren geweest, gaf Alexander de moed op en stierf.
Toen Oinone arriveerde en het lijk al op de grond zag liggen, schreeuwde ze het uit en na vele jammerklachten maakte zij een eind aan haar leven."

De commissieleden danken alle inzenders voor hun inspanningen en hopen dat u volgend jaar de uitdaging in nog groteren getale aangaat.

Na de prijsuitreikingen sprak mevrouw Bertie Bik nog een dankwoord in het Latijn uit:

Dicam Graece an Latine,
quanta sit laus studii
quod cum multo sanguine
lacrimisque, cum sudore
-nil sine magno labore-
cupivistis assequi?

Animi contentionem
vestram advertens, cepi
tantam admirationem,
ut nequeam retinere
me a dicendo sincere:
opus magni ingenii!

Cultus antiqui pastores
conscientia rectis
pergite ut protectores
fortiter usque ad finem.
Meritoque vobis ago
summam gratitudinem.


03-02-2019

Afgelopen woensdag 30 januari werd de tweede ronde van de Klassieke Olympiade Grieks gespeeld, nadat de week ervoor Latijn al was gespeeld. De kandidaten kwamen gespannen naar Hilversum waar zij eerst onderworpen werden aan een schriftelijke bevraging over het gelezen pensum. Tekstvragen, zoals hun docenten die op school ook stellen, en grammaticale vragen die alleen bij de olympiaden worden gesteld. Aansluitend gingen de leerlingen aan de slag met een creatieve opdracht aansluitend op het gelezen pensum.

De opvangen van de tweede ronde zijn inmiddels op de website gepubliceerd:

Ook de volwassenen konden tot 1 februari hun vertalingen insturen. De commissie is nu druk bezig met het uitvoeren van alle correcties en beoordelingen. Later in de week van 4 februari zullen de uitslagen voor de jongeren gepubliceerd worden.


11-11-2018

Ook in het schooljaar 2018-2019 kunnen volwassenen weer meedoen aan de Klassieke Olympiaden. De opgaven zijn op de website gepubliceerd.

De wedstrijd Grieks omvat een passage van de dichter Parthenius van Nicaea. Deze kwam als slaaf naar Rome en werd na zijn vrijlaten de Griekse leraar voor Vergilius. Van hem is een prozawerkje bewaard gebleven dat 36 korte verhalen over ongelukkige liefdes bevat. De passage Latijn is afkomstig uit de Appendix Vergiliana, een verzameling dichtwerken die in de oudheid aan Vergilius zijn toegeschreven. Het gedicht Copa gaat over de vreugde van het leven. Het is een uitnodiging van een herbergierster om binnen te komen eten en te drinken in haar herberg.

De jury verwacht vertalingen in correct Nederlands, waarin de nuances van de brontekst adequaat worden weergegeven. Vertalingen waarvan het Nederlands ook literair verzorgd is maken meer kans op bekroning. Let op: bewerkingen en creatieve eigen versies van het verhaal worden uitgesloten. In een Nederlandse vertaling wordt met alle elementen van de originele tekst iets gedaan, en staan in principe geen toegevoegde elementen, anders dan vanuit de noodzaak van het Nederlandse taaleigen. Als model voor literaire vertalingen kan men denken aan vertalingen in boekvorm zoals recent uitgegeven bij Athenaeum - Polak & Van Gennep, Historische Uitgeverij, Damon enz.

U kunt uw vertaling per e-mail inzenden tot 1 februari 2019 naar het adres: klassiekeolympiaden@gmail.com.

De verenigingen stellen naast eeuwige roem, die de winnaars van deze Klassieke Olympiaden ten deel valt, prachtige prijzen in de vorm van boeken beschikbaar.

 


19-10-2018

Vandaag hebben we de finalepensa voor de Klassieke Olympiaden 2018-2019 gepubliceerd. Docenten die regulier in de klas het pensum van ronde 2 lezen, kunnen nu ook de passage voor de finale lezen.

In de finaleronde lezen de beste drie kandidaten bij Latijn over Lucretius' opvatting over levende wezens met mengvorgen: deze hebben nooit kunnen bestaan. Voor Grieks lezen de finalisten de slotpassage uit de Homerische hymne van Demeter.

Zowel het pensum voor de tweede ronde als dat voor de finale zijn geschikt om in het schoolexamen Latijn/Grieks op te nemen.

Verder wijzen wij u graag op dat u nog tot 8 november 2018 de scores van de eerste ronde kunt insturen.


13-09-2018

Beste collega,

Deze week zijn de Klassieke Olympiaden voor scholieren weer gestart! Dat betekent dat u vanaf nu de opgaven voor de eerste ronde kunt aanvragen. Deze ronde maken de leerlingen op school tijdens een lesuur en kijkt u na aan de hand van een correctiemodel. De opgave bestaat uit een mix van meerkeuze en openvragen over een ongeziene passage Latijn of Grieks. Voor Latijn is dat de opening van Lucretius' De rerum natura en voor Grieks een passage uit Apollodorus over Persephone. De scores van alle deelnemers worden verzameld door de organisatie.

De beste 50 leerlingen van Nederland en Vlaanderen worden geselecteerd voor de tweede ronde die in januari 2019 zal plaatsvinden. Hiervoor lezen de kandidaten een pensum en zij zullen over een passage centraal in Hilversum bevraagd worden. De beste drie van elke wedstrijd gaan naar de finale in april, waarin zij door universitaire docenten zullen worden bevraagd. De finalisten zijn verzekerd van een geldbedrag (100, 150 of 250 euro).

Deze pensa voor ronde 2 en de finale - dit jaar Lucretius voor Latijn en de homerische hymne Demeter voor Grieks - zijn ook zeer geschikt om onderdeel te laten zijn van het schoolexamen.

We nodigen alle leerlingen van Nederland en Vlaanderen van harte uit om mee te doen aan de Klassieke Olympiaden, een herculische beproeving!

Hieronder volgen de belangrijkste data op een rijtje:
8 november 2018 is de deadline voor het inzenden van de scores scholieren ronde 1
24 januari 2019 ronde 2 Latijn in Hilversum
30 januari 2019 ronde 2 Grieks in Hilversum
1 februari 2019 deadline voor het inzenden van de vertalingen volwassenen
6 april 2019 finale in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden

Uiteraard kunt u als docent ook mee doen aan onze wedstrijd voor volwassenen.

Blijf op de hoogte van de Klassieke Olympiaden:
U kunt ons ook op Facebook volgen: https://www.facebook.com/KlassiekeOlympiaden
Of gewoon via onze website: https://www.klassiekeolympiaden.nl

De Klassieke Olympiaden zijn een initiatief van de Vrienden van het Gymnasium, Vereniging Classici Nederland en het Nederlands Klassiek Verbond en worden financieel bijgestaan door Addisco Onderwijs, Atheneum Boekhandel, Eisma Edumedia, Hermaion, Historische Uitgeverij, Labrys Reizen, Primavera Pers, Staal & Roeland en Theatergroep Aluin. Speciale dank gaat uit naar het Gemeentelijk Gymnasium Hilversum en het Rijksmuseum van Oudheden voor het beschikbaar stellen van hun ruimtes.


10-09-2018

  1. De Klassieke Olympiaden zijn wedstrijden Latijn en Grieks voor scholieren en volwassenen. De commissie bepaalt en publiceert op de website en in de spelregels in welke vorm de wedstrijden gespeeld worden.
  2. Voor scholieren zijn er drie rondes:
    1. ronde 1 wordt op school gespeeld en georganiseerd door de docent van de leerlingen die tevens het gemaakte werk corrigeert. De correcties dienen zoals in het correctiemodel te worden uitgevoerd, anders wordt de deelnemende school uitgesloten van de wedstrijd. Discussie over de juistheid van de antwoorden is niet mogelijk. In het correctiemodel van de lopende editie staat aangegeven voor welke datum de scores door de docent moeten worden ingestuurd. Inzendingen na de termijn worden niet verwerkt. Tevens staat aangegeven vanaf wanneer er inzage in de opgaven en antwoorden mag worden gegeven. De opgaven en antwoorden worden na afloop van ronde 1 gepubliceerd op de website.
    2. ronde 2: de beste veertig tot vijftig deelnemers per wedstrijd worden uitgenodigd voor de tweede ronde. Communicatie hierover vindt plaats via de docenten en de website. Leerlingen lezen zelf of met behulp van hun docent het pensum dat door de commissie is vastgesteld en op de website is gepubliceerd. Op een centrale locatie in het land worden de kandidaten schriftelijk bevraagd over de inhoud van het pensum en uitgedaagd creatief met het pensum om te gaan. Een werkgroep samengesteld door de commissie beoordeelt het gemaakte werk en wijst de drie finalisten per taal aan. Communicatie vindt plaats via de docent, de finalisten worden persoonlijk gemaild. Over de uitslag wordt niet gediscussieerd. De opgaven zullen zonder antwoorden gepubliceerd worden.
    3. ronde 3: de finalisten lezen zelf of met behulp van hun docent het finalepensum dat door de commissie is vastgesteld en op de website is gepubliceerd. Op een centrale locatie in het land worden zij mondeling bevraagd door docenten van de universiteit die tevens de uiteindelijke rangorde vaststellen. Er wordt alleen een verslag van de finalemiddag gepubliceerd en discussie over de uitslag is niet mogelijk.
  3. Voor volwassenen worden via de verenigingsbladen en de website een Latijnse en een Griekse opgave beschikbaar gesteld. Deelnemers werken thuis aan hun vertaling waarbij het gebruik van hulpmiddelen is toegestaan, maar de ingezonden vertaling eigen moet zijn. De commissie selecteert een aantal vertalingen in de categorieën “classici” en “niet-classici” en legt deze aan externe beoordelaars voor. Deze wijzen de winnende vertalingen per wedstrijd en categorie aan. De winnende vertalingen zullen samen met een juryrapport op de website gepubliceerd worden en discussie over de uitslag is niet mogelijk.
  4. Alle deelnemers tekenen bij de eerste ronde een verklaring op het antwoordenblad waarin zij akkoord gaan met de publicatie van hun naam op de website, in verenigingsbladen en mailingen. De docent verzamelt en bewaart deze verklaringen en de desbetreffende school van de leerling is verantwoordelijk voor de naleving van de AVG.
  5. Alle kandidaten van ronde twee en de finale tekenen op de centraal georganiseerde wedstrijddagen een verklaring waarin zij aangeven dat zij akkoord gaan met de publicatie van hun naam en gemaakte foto’s tijdens de wedstrijden/finale op de website, in verenigingsbladen en mailingen.
  6. Deelnemers/kandidaten die hun toestemming voor publicatie willen intrekken, kunnen daartoe een verzoek tot de organisatie richten. Dit verzoek zal altijd gehonoreerd worden.