Overslaan en naar de inhoud gaan

Juryrapport Grieks jongeren 2025-2026

De Klassieke Olympiade Grieks

Bij de veertiende Klassieke Olympiade Grieks, in het schooljaar 2025-2026, stond het satyrspel Cycloop van Euripides centraal. De Cycloop is het enige compleet bewaard gebleven satyrspel uit de oudheid. Bij de tragedieopvoeringen tijdens de Grote Dionysia in Athene was het de gewoonte dan een trilogie van drie tragedies werd afgesloten met een satyrspel, dat ook geschreven werd door de auteur van de tragedies. Net als de tragedie werd de stof van het satyrspel ontleend aan de Griekse mythologie, maar anders dan in de tragedie werd er een komische draai aan het onderwerp gegeven. Het satyrspel dankt zijn naam aan het feit dat het koor steevast gevormd werd door satyrs, die doorgaans onder aanvoering stonden van Silenus. Satyrs waren volgelingen van de god Dionysus, die door Silenus was opgevoed. Ze stonden bekend om hun geobsedeerdheid met drank en seks.

De stof van de Cycloop is ontleend aan het negende boek van Homerus’ Odyssee, waarin beschreven wordt hoe Odysseus en zijn vrienden opgesloten raken in de grot van de cycloop Polyphemus. In de proloog vertelt Silenus hoe Polyphemus, de satyrs en hijzelf op het eiland Sicilië zijn beland; daarna komt het koor van satyrs op. In het eerste bedrijf ontmoeten Odysseus en zijn vrienden Silenus voor de grot van Polyphemus. Dan verschijnt Polyphemus ten tonele. Silenus beschuldigt Odysseus ervan kazen van Polyphemus te hebben gestolen; Polyphemus hecht geloof aan deze valse beschuldiging en zegt dat hij alle Grieken zal opeten. Nadat hij inderdaad enkele Grieken heeft opgegeten, voert Odysseus hem dronken, nadat hij een paal met een scherpe punt in het vuur heeft gelegd. Geheel volgens plan weten ze de dronken Polyphemus blind te maken. Als Polyphemus probeert in zijn blindheid de Grieken te pakken, wordt hij door de satyrs met opzet steeds een verkeerde kant op gestuurd. Als Odysseus op veilige afstand is, maakt hij zich bekend; hierop beseft Polyphemus dat een oude orakelspreuk nu in vervulling is gegaan. Odysseus ontsnapt, en de satyrs gaan met hem mee: voortaan zullen ze Dionysus dienen, en niet langer de wrede cycloop.

De wedstrijd en de deelnemers

De eerste ronde, waaraan 184 leerlingen uit het hele land deelnamen, werd op de scholen van de deelnemers afgenomen. De betrokken docenten hebben het werk van hun leerlingen met een door ons opgesteld antwoordmodel gecorrigeerd en de scores half november aan ons toegestuurd. De deelnemers kregen een passage uit het eerste bedrijf voorgelegd. In deze scène vraagt Odysseus Silenus om voedsel, en Silenus is bereid vlees, kaas en melk te geven in ruil voor wijn. De leerlingen moesten 21 vragen van grammaticale, inhoudelijke en cultuurhistorische aard over deze passage beantwoorden. Op grond van de scores werden 65 leerlingen geselecteerd voor de tweede ronde, van wie er 46 daadwerkelijk aan de tweede ronde hebben deelgenomen.

Voor de tweede ronde moesten de leerlingen een pensum bestuderen waarin de confrontatie tussen Odysseus, Silenus en Polyphemus beschreven wordt. De kandidaten voor de tweede ronde hebben op 16 januari 2026 in het Cygnusgymnasium te Amsterdam 26 vragen en opdrachten over de tekst gemaakt en daarnaast een creatieve opdracht geschreven. Bij de creatieve opdracht konden ze kiezen uit twee thema’s. Het eerste was het schrijven van een betoog waarin een vrome Griek ingaat tegen de godslasterlijke opvattingen die Polyphemus naar voren heeft gebracht in zijn gesprek met Odysseus. Het tweede thema was in de trant van het satyrspel een scène van een zelfgekozen Griekse mythe te schrijven.

Uiteindelijk werden op grond van het totaal van deze tweede ronde drie kandidaten uitgenodigd voor de finale. Deze kon op 11 april 2026 weer plaatsvinden in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden, waar zij werden ondervraagd door twee universitaire docenten, Henric Jansen van de Universiteit Leiden en Remco Regtuit van de Rijksuniversiteit Groningen. Hun verslag volgt hieronder.

De finale

In de finale werden de kandidaten bij Grieks ondervraagd over het slot van het satyrspel De Cycloop van de Griekse toneelschrijver Euripides. In de slotpassage van deze komische bewerking van het verhaal van Odysseus en de cycloop, zijn er net een paar van Odysseus’ mannen opgegeten door het monster. Odysseus heeft de Cycloop dronken gevoerd, een hete paal gepunt en in het vuur gelegd en behoeft nu wat extra handen om die in het oog van de cycloop te stoten, en komt de grot van het monster uit. Als hij het koor, dat hier bestaat uit satyrs (de bokachtige dienaren van de god Dionysus) om hulp vraagt, komen ze met laffe smoesjes: de een staat te ver van de grot af, de ander heeft net zijn voet verstuikt en weer een ander heeft net rook in zijn ogen. Uiteindelijk voert Odysseus zijn plan uit met zijn eigen makkers. Wat volgt is een komische scene waarin de cycloop, zojuist verblind door Odysseus en zijn makkers, door het koor in de maling wordt genomen. De satyrs borduren uitgebreid voort op een grap die we al uit boek 9 van de Odyssee kennen: Odysseus heeft zich bij zijn ontmoeting met de cycloop als ‘Niemand’ voorgesteld, waar de satyrs gebruik van maken; als de Cycloop zegt ‘Niemand heeft me blind gemaakt’, vragen de satyrs: ‘Dus je bent niet blind?’ (en nog een paar variaties op dezelfde grap). Daarnaast sturen ze de blinde cycloop de verkeerde kant op (‘Ze staan rechts van je. O nee, links!’) en laten ze hem ook nog eens zijn hoofd stoten.

Alle drie de kandidaten waren voorbeeldig voorbereid. Ze wisten precies met wat voor een genre ze te maken hadden, hadden vaak het hele toneelstuk gelezen en waren uitstekend op de hoogte van de andere beroemde cyclooppassage, Odyssee boek 9, en de manieren waarop deze bewerking daarvan verschilde. Het Grieks lazen ze allemaal moeiteloos en er werd op het mondeling zelfs geacteerd—we lazen immers een toneelstuk! Door de grote precisie en zorgvuldigheid van elk van de kandidaten viel het de jury zwaar een exacte rangorde vast te stellen, maar is dat uiteindelijk toch gelukt.

De uitslag

Marieke van der Zwan (Praedinius Gymnasium, Groningen) viel op door de gerichtheid en efficiëntie waarmee ze de vragen van de jury beantwoordde. Door haar snelheid was er nog ruim de tijd om een onvoorbereid stukje Grieks uit de cyclopenpassage uit de Odyssee te lezen, waar Marieke erg ver in kwam. Haar woordkennis en goede vat op Griekse grammatica en morfologie bleken uit het gemak waarmee zij op eigen kracht duiding wist te geven aan enkele moeilijke werkwoordsvormen die de jury had geselecteerd. Daarnaast kwam ze met een originele oplossing op een lastig tekstprobleem in de voorbereide passage. Om al deze redenen heeft de jury Marieke de derde prijs toegekend.

Marnix Schenau (Gymnasium Haganum, Den Haag) was de kandidaat die het meeste deed met genre van dit stuk. Zijn vertalingen vanuit het Grieks werden gekenmerkt door een geweldige actio: gebaren, stemmetjes en intonatie, waarbij de juryleden zich toeschouwers van een opgevoerd stuk waanden. Marnix wist de jury precies te vertellen hoe het toneel er waarschijnlijk uit had gezien en waar de grot, Odysseus’ schip en de bergen waren. Op de vraag van de jury over wat voor regie-aanwijzingen hij de acteurs van dit stuk zou geven, leek hij al van tevoren uitgebreid te hebben nagedacht. De slapstickachtige, dolkomische interpretatie van het stuk viel goed in de smaak, en daarom heeft de jury hem de tweede plaats willen geven.

Amber Vanlerberghe (Johan de Witt-gymnasium, Dordrecht) draaide de rollen om: bij binnenkomst deelde zij haar onvrede mee over de geselecteerde passage, want het stuk ervoor en de regels die in vertaling waren gegeven, waren vele malen interessanter; bovendien zaten er in dat vertaalde stuk een paar dingen die zij anders zou hebben aangepakt. Amber viel vooral op door hoeveel zij naast de voorbereide passage had gelezen. Zo wist zij bijvoorbeeld te vermelden dat de ziener Telemos verantwoordelijk was voor de voorspelling die aan het eind van dit toneelstuk wordt geparafraseerd; een figuur waar de jury aanvankelijk een vraag over had willen stellen, maar waar ze van hebben afgezien (‘De ziener Telemos? Nee, die is te obscuur voor de leerlingen’). Om de uitzonderlijke manier waarop ze de leiding nam bij het mondeling en haar uitgebreide achtergrondkennis heeft de jury Amber de eerste prijs gegeven.