Opgave en inzendingen
Evenals in vorige jaren was ook voor de Klassieke Olympiaden-editie 2024-2025 gekozen voor een minder bekende Latijnse tekst. Na de Middeleeuwse en antieke uitstapjes van de twee vorige keren was de auteur nu weer iemand uit een meer vertrouwde tijd. De vertaalopgave betrof een passage uit het epos Argonautica van Valerius Flaccus, een dichter uit de Flavische periode (hij overleed rond het jaar 90).
De opgave bestond uit een dertigtal regels uit boek 2, waarin de godin Venus haar best doet om Fama op te hitsen tegen de vrouwen van Lemnos, die vervolgens hun mannen vermoorden, als zij terugkeren uit de oorlog. Een tekst waarin dus een vrouwelijke god een andere vrouwelijke figuur aanspoort om vrouwen aan te zetten tot moord.
Geen vrolijk stemmende passage, ook al blijft de eigenlijke moordpartij erbuiten. Het ligt voor de hand dat de antieke dichter ervoor kiest om heftige emoties in zijn tekst uit te beelden, en van de vertalers mag worden verwacht dat hun teksten navenant ‘knetteren’. Dat is, bij alle moeilijkheden die het Latijn al biedt, geen gemakkelijke opgave.
De vertaalcommissie heeft dit jaar drie inzendingen geselecteerd om, in geanoni- miseerde vorm, aan de vertaaljury Latijn voor te leggen. Dit jaar zijn er evenals vorige keren geen aparte categorieën voor classici en niet-classici. De jury heeft op dit punt dus geen verschil kunnen maken.
Genomineerden
De drie genomineerden leverden allen een complete en correcte vertaling, maar toch ook met grote onderlinge verschillen.
Tina van de Vreede koos voor een weergave die globaal de versregels van het origineel volgt (47 regels voor 39 Latijnse verzen), maar zonder een metrisch patroon. Dat geeft de vertaling op het eerste gezicht een proza-achtige kleur. Maar bij de lectuur vallen geregeld fraaie en pakkende wendingen op:
"en ongeduldig vloog ze uit zichzelf al aan, praatjes al paraat, oren al gespitst’ ‘wanneer je tettert van / duizend trompetten’ ‘roodgeschramde wangen."
Een hoogtepunt zijn de volgende twee, klankrijke regels (voor regel 156 en het merendeel van 157):
"Jij weet hoe vurig wij als volk zijn; voeg daaraan toe dat wat van vaderskant woedt in het bloed van de Dahis."
Pierre de Groote koos eveneens voor een niet-metrische tekst die eveneens globaal de versregels volgt (41 regels). De weergave per vers is wel duidelijk langer dan bij de eerste kandidaat. De twee zojuist geciteerde regels luiden hier:
"Je weet dat onze sekse hitsig is; voeg daar nog aan toe dat de bloeddorstige Dahae al van oudsher tekeer gaan als wilde beesten (...)."
De vaak lange regels, die (ondanks een kleine letter) meestal niet passen op de breedte van een A4 bladzijde, passen vragen om gerichte aandacht en moeite van de lezer.
Bij Tom Ingelbrecht heeft het eindresultaat een duidelijk metrische vorm. Naar het goede voorbeeld van Vergilius- en Ovidius-vertaalster M. d’Hane-Scheltema viel de keuze hier op jambische zevenvoeters. Dat levert nog steeds relatief lange versregels op (een gangbare Nederlandse metrische versregel meet vijf of hooguit zes jamben), maar het geeft de vertaling in ieder geval meteen een duidelijk merkbare poëtische status. De vorm werkt ook inhoudelijk goed:
"zet alle huizen op hun kop, zoals wanneer je oorlog verkondigt en vertelsels brengt van duizenden klaroenen, van bendes in de velden en gebries van drommen paarden."
"Je weet hoe onze sekse licht ontvlambaar is en daarbij is bloeddorst eigen aan de Thrakiërs (...)."
Oordeel
De drie voorgedragen vertalingen hebben allemaal een loffelijke poging gedaan om het pittige Latijn van Valerius Flaccus weer te geven in goed Nederlands. Tina van de Vreede en Pierre de Groote hebben daarbij afgezien van een duidelijke poëtische vormgeving, en hadden daarmee automatisch meer mogelijkheden voor een inhoudelijk adequate weergave. Daarvan heeft vooral Tina van de Vreede merkbaar geprofiteerd door in de vertaling geregeld wendingen op te nemen die de lezer treffen en overtuigen.
Het uitgangspunt om Latijnse verzen in principe 'een op een' weer te geven (dus per Latijns vers een eenheid in het Nederlands) vindt de jury weliswaar begrijpelijk, maar het doet volgens haar op zichzelf genomen, dus zonder een bijkomend metrisch patroon, niet genoeg recht aan de poëtische kracht van het origineel. Niettemin wil de vertaaljury Latijn Tina van de Vreede voordragen voor een eervolle vermelding voor de wedstrijd Latijn.
Tom Ingelbrecht bood een goed lopende metrische vertaling, die ook nog eens overtuigt door woordkeuze, syntaxis en een meer dan eens opzwepend ritme. Met veel plezier draagt de vertaaljury Latijn daarom Tom Ingelbrecht voor als winnaar van de 1e prijs.
De jury dankt alle inzenders en hoopt dat de Klassieke Olympiaden ook in de toekomst zullen blijven bestaan. De sterk toegenomen mogelijkheden van KI (AI) vragen daarbij wel om aanpassingen in de praktische opzet.
Hieronder volgt de winnende vertaling:
Precies zo'n meid zoekt de godin dus voor haar list en misdaad.
Ze speurt haar op, maar Fama ziet haar eerst en komt spontaan al,
vol ongeduld. Ze neemt een houding aan en spitst haar oren.
Maar Venus hitst haar nog meer op en zegt haar deze woorden:
"Vooruit, vlieg uit, meid, spoed je naar het zee-omspoelde Lemnos,
zet alle huizen op hun kop, zoals wanneer je oorlog
verkondigt en vertelsels brengt van duizenden klaroenen,
van bendes in de velden en gebries van drommen paarden.
Zeg dat hun mannen terug zijn, rot verslaafd aan lust en luxe,
met Thrakische maίtresses om met hen het bed te delen.
Ga zo van start en laat hun wrok en woede alle vrouwen o
pzwepen: eens zover kom ik snel zelf en neem de leiding."
Dus Fama gaat en lustig strijkt ze in het midden van de stad neer.
Vooreerst belaagt ze Eurynome, vlakbij in het huis van Codrus,
waar het meisje, ziek van zorgen, smetteloos haar bruidsbed rein houdt
en wachtend op haar man haar dienstmeisjes met weefwerk afbeult.
Zij tellen naast haar bed de dagen van de lange oorlog
en lenigen haar slapeloosheid met hun vele weven.
Ιη tranen, met gekrabde wangen, in Neaera's kleren,
zei de godin: 'Ίk wou, zus, dat ik jou dit niet moest melden
en dat de zee eerst onze mannen en ons leed wegspoelde,
want ah, de man die jij als echtgenote zo gediend hebt,
naar wie jij met je tranen en gebeden zo hard hunkert,
is nu verliefd op een slavin, is slaaf van vuige hartstocht.
Ze zijn op komst, een vrouw uit Thrakie sluipt al naar jouw bruidsbed,
jouw mindere in schoonheid, vaardigheid en reputatie,
maar hij wil niet de schitterende dochter van Doryclus,
maar een barbaarse vrouw, getatoeeerd aan kin en handen.
Misschien vind jij voor deze ramp straks in een ander huwelijk
wat troost, en kiest een tweede thuis met een veel betere toekomst,
maar dat jouw kroost een moeder mist, gedoemd tot een maίtresse,
dat maakt me ziek. Ik zie haar al vals loeren naar de stakkers,
een gif doorheen hun eten doen, iets dodelijks in hun drankjes.
Je weet hoe onze sekse licht ontvlambaar is en daarbij
is bloeddorst eigen aan de Thrakiers. Straks staat die vrouw hier,
gehard door ijs en beestenmelk. Ook ik word straks verstoten,
zegt men, een vrouw in strepen, van haar wagen afgetrokken,
bezet mijn huwelijksbed." Ze zwijgt en eindigt haar gejammer
en laat de ander zo vol angst, in zorg en tranen achter.(Tom Ingelbrecht)