Juryrapport Latijn volwassenen 2025-2026
Opgave en inzendingen
Drie jaar achter elkaar werd bij de Klassieke Olympiaden voor de opgave Latijn een uitstapje gemaakt naar minder bekende auteurs en teksten. Dit jaar werd weer eens gekozen voor een echt klassieke auteur: de geliefde dichter Ovidius. De vertaalopgave betrof een van zijn gedichten uit de bundel Tristia, die doorgaans wordt verbonden met zijn ballingschap in Tomi aan de Zwarte Zee.
De opgave bestond uit de complete tekst van 34 verzen (in disticha) van Tristia 3,9. In dat gedicht geeft Ovidius een geleerde verklaring voor de naam van Tomi. Die verbindt hij met het verhaal van Medea, die op de Argo vlucht voor haar vader. Als hij haar achterna vaart vermoordt ze haar broer Absyrtus en strooit diens ledematen uit op de golven, om zo haar vader op te houden. Het ‘opsnijden’ van het lijk leidt dan (met een tweetalige etymologie via het Griekse τέμνειν) tot ‘Tomi’. Natuurlijk doet het gedicht meer dan een naamsverklaring geven: Ovidius vertelt, als altijd, graag een boeiend mythe, waarbij er veel aandacht is voor woordspel, ritme en klank.
De gruwelijke details van de moord krijgen gelukkig vrij weinig aandacht, zodat de vertaalopgave vooral een beeldend verhaal betrof over vlucht en achtervolging.
De vertaalcommissie heeft dit jaar vier inzendingen geselecteerd om, in geanonimiseerde vorm, aan de vertaaljury Latijn voor te leggen. Sinds enkele jaren zijn er geen aparte categorieën voor classici en niet-classici. De vier teksten worden hieronder samen besproken.
Genomineerden
De vier genomineerden leverden allen een complete en grotendeels correcte vertaling, maar met onderlinge verschillen. Geen van de vier kandidaten vond het nodig de lange tekst nader te structureren door middel van witregels. Een gemiste kans, want minstens na regel 10 en 20 en 32 was daar inhoudelijk alle reden voor. Zo presenteren alle vier de vertalingen de tekst als een groot blok. Dat effect wordt versterkt doordat bij geen van de vier de even regels inspringen, en bij slechts twee van de vier de regelnummering van de Latijnse tekst is overgenomen.
Bart Bernaert koos voor een weergave die exact het aantal versregels van het origineel volgt, en handhaafde ook het metrum: steeds een dactylische hexameter, gevolgd door een dactylische pentameter. De tekst start hier vlot, maar vooral de pentameters blijken weerbarstig.
Niet te geloven: ook hier zijn Griekse steden te vinden
tussen het volk van hier, boers en onmens’lijk van faam.
Ook kolonisten kwamen hier, gestuurd door Milete:
midden in Getisch land bouwden die Grieken een woonst.
Beter gelukt is de weergave van r. 19-20 met het dubbele gebruik van tenēre:
Zeilen in aantocht zag ze, dus riep ze: ‘Hij heeft ons te pakken,
als ik mijn vader niet eerst zélf met een listigheid pak!’
Ronduit briljant is de vertaalvondst aan het slot voor de naamsverklaring, met een Nederlands equivalent voor de etymologie:
‘Tomis’ werd daarom de plek genoemd, nu een zuster, zo zegt men,
lendenen van haar broer ‘tomeloos’ los heeft gehakt.
Ook Sylvia de Wild koos voor een weergave in het Latijnse metrum, zij het half, namelijk alleen in de pentameters (de oneven regels zijn aangeduid als ‘vrije verzen’ maar ogen meer als proza). Grappig genoeg lopen juist die pentameters goed. We citeren er een paar:
(6) hier is Absyrtus vermoord; tomoi verwijst naar de daad.
(10) Argo, vertelt het verhaal, havende hier in de baai.
(18) was er een lijkbleke kleur op haar ontstelde gezicht.
(30) handen, al blauw door de dood, naast een met bloed bevlekt hoofd
(32) delen zou hebben geoogst via een treurige tocht.
Door de sterke natuurlijke woordaccenten in het midden van het vers schikken de verzen zich als vanzelf in het metrum. Regel 19-20 wordt in deze versie:
‘In de val!’ zei ze bij de aanblik van de vorderende vloot,
‘Liever mijn vader die valt... voor een verstrooiende list!’
Jammer dat het slot voor de Nederlandse lezer onbegrijpelijk blijft, doordat de etymologie niet wordt verklaard:
Daarom is deze plek ‘Tomis’ genoemd, omdat ze zeggen dat hier
ergens de plek was waar zus broer met barbaarsheid versneed.
Bij Eriq van de Vondel is er sprake van een meer ongebruikelijke metrische vorm. Er is namelijk gekozen voor verzen met steeds 16 respectievelijk 13 lettergrepen. Als vanzelf komt daar een enigszins jambisch ritme in:
Hier in dit hardvochtige brabbelland zijn er dus ook steden
met - ‘t is haast niet te geloven - namen in het Grieks!
Vanuit Milete stuurden zij dan ook veroveraars naar hier;
bij de Geten zetten zij hun Griekse huizen neer.
Ook hier is iets met regel 19-20 gedaan, al is het rijmeffect misschien niet optimaal:
Dus toen zij in de verte ‘t zeil naderen zag, zei ze: Dit gaat
mis, tenzij mijn vader met ’n list te misleiden is.
Ook hier een prachtige vondst voor de etymologie aan het slot:
En daarom noemt men deze plek dus Tomis, omdat naar verluidt
een zus haar eigen broer daar versneed... anatomisch.
Arthur Hartkamp koos voor een weergave in strakke jamben, in opeenvolgende regels van zes respectievelijk vijf stuks, inclusief consequente afwisseling van slepend en staand verseinde (dus met een accent op respectievelijk de voorlaatste en laatste lettergreep). De even verzen krijgen zo steeds een duidelijke afronding.
’t Is ongelofelijk: ook hier zijn Griekse steden,
in een gebied dat geen beschaving kent;
migranten uit Milete zijn hierheen gekomen
en bouwden hier in Thracië hun thuis.
Dat loopt monter en oogt levendig, net als de tekst van Ovidius zelf. Ook regel 19-20 (met een stilzwijgende kleine correctie) zijn goed gelukt:
Toen ’t schip hun naderde, riep zij ‘wij zijn verloren
tenzij ik zorg dat vader dit verliest.’
Een van Ovidius’ meest sprekende grappen in het stuk, regel 12 (‘hostis,’ ait, ‘nosco, Colchide, vela, venit, met een complete vervlechting en opsplitsing van hospes Colchide venit en nosco vela) is in deze versie, als enige van de vier, goed herkend en opgepakt:
‘(er nadert) een vijand, schip uit Colchis, zeil herkend.’
Jammer dan weer dat in deze vlotte versie de slotregels geen oplossing bieden voor de etymologie, en zelfs breken met de eigen metrische vorm (twee maal een slepend verseinde):
Daarom, zo wordt gezegd, heet deze stad nu Tomis,
want hier sneed ooit een vrouw haar broer in stukken.
Oordeel
De vier voorgedragen vertalingen hebben allemaal een loffelijke poging gedaan om het Latijn van Ovidius weer te geven in goed Nederlands. De kandidaten 1 en 2 blijven daarbij dicht bij de oorspronkelijke metrische vorm, 3 en 4 gaan meer eigen wegen. 1 en 3 slagen erin de etymologie aan het slot goed over te brengen.
Als geheel vond de jury de vertaling van Arthur Hartkamp het meest overtuigend. De slanke, strakke vorm, de prettige woordkeus en goede afwerking maken de vertaling tot een prettig leesbare tekst, die Ovidius’ Latijn adequaat weergeeft (ondanks de slotregel!)
Met veel plezier draagt de vertaaljury Latijn daarom Arthur Hartkamp voor als winnaar van de 1e prijs.
Ook de vertaling van Eriq van de Vondel leest soepel én heeft een goede oplossing aan het slot.
De vertaaljury Latijn draagt Eriq van de Vondel voor als winnaar van de 2e prijs.
In de vertaling van Bart Bernaert prijkt de vondst aan het slot als een flonkerend juweel.
Vanwege ‘tomeloos’ wil de vertaaljury Latijn Bart Bernaert voordragen voor een eervolle vermelding voor de wedstrijd Latijn.
De jury feliciteert de genomineerden en prijswinnaars, en dankt alle inzenders. Ze hoopt dat de Klassieke Olympiaden ook in de toekomst zullen blijven bestaan.
Zoals ook vorig jaar vermeld vragen de sterk toegenomen mogelijkheden van KI (AI) daarbij om aanpassingen in de praktische opzet. Wat de Vertaaljury Latijn betreft verdraagt dit geen verder uitstel. Als de wedstrijd op de oude leest wordt voorgezet, zouden inzenders minstens een formulier moeten ondertekenen waarin zij verklaren of en eventueel hoe zij van KI hebben gebruikgemaakt.