Juryrapport Latijn volwassenen 2022-2023

De vertaalopgave Latijn voor 2023 was evenals in 2022 afkomstig uit een bepaald niet alledaagse tekst. Dit jaar moesten de deelnemers zelfs de vertrouwde wereld van de klassieke oudheid verlaten: de keuze was gevallen op een stukje drama van de middeleeuwse vrouwelijke auteur Roswitha (Hrotsvit).

De opgave omvatte vier tamelijk korte scènes, die geheel waren opgebouwd uit dialogen tussen verschillende personages. Bepaald moeilijk Latijn leverde dat niet op. Korte zinnetjes, uitroepen en elementaire vragen domineerden de tekst, en er stonden ook nauwelijks moeilijke woorden in.

Toch is het vertalen van Roswitha’s Latijn geen simpele opgave. Onder de ogenschijnlijke eenvoud van haar syntaxis en idioom heeft de auteur mogelijk een eigen agenda, waar je als klassiek geschoolde lezer niet meteen de vinger achter krijgt. Het is bijvoorbeeld lastig om te bepalen wat nu precies grappig bedoeld is en wat niet. De wereld van Roswitha is een heel andere dan de onze én de klassieke. Verder oogt haar stijl soms wat stijfjes en onhandig, wat een levendige vertaling extra lastig maakt. En ten slotte werkt ze met vormen van binnenrijm en assonantie, die typisch middeleeuws lijken. Een correcte klassieke vertaling is hier dus eigenlijk niet voldoende.

De vertaalcommissie heeft zes inzendingen geselecteerd om, in anonieme vorm, aan de vertaaljury voor te leggen. Dit jaar zijn er voor het eerst geen aparte categorieën voor classici en niet-classici. De jury heeft hier dus ook geen verschil tussen kunnen maken. Zo kon de jury dus simpelweg niets van de vertalers gezien behalve hun ingezonden bijdragen.

De vertaling van Wim van Geldrop biedt een prettig leesbare tekst, met sterke punten in scène IV, zoals "Die sukkel Dulcitius komt eraan" of "Staat hem goed: zo duivels van binnen, zo duivels van buiten!" Ook in scène V is het een paar keer raak, bijvoorbeeld met "Jongens wegwezen!" (voor fugiamus). Lastiger is "Jezusmina!" voor deus nos tueatur, wat voor een auteur als Roswitha toch niet helemaal het juiste register lijkt. In de slotzin van VII wordt praesententur weergegeven als "aan de kaak gesteld worden", wat op zijn minst vreemd is met "wellustige meisjes" als onderwerp.

In de vertaling van Maryo van der Hilst gaat het er eveneens levendig aan toe. "Ik ga een kijkje nemen", "wat is er aan de hand", "wat doet ie?": het klinkt vlot en goed. Interessant is dat de zwarte Ethiopiër uit de vertaling is weggepoetst: "hij lijkt wel een mijnwerker door al dat roet dat aan hem kleeft". Deze vertaler is dus gevoelig voor het moderne ongemak met bepaalde stereotypen... Ook "om door een ringetje te halen" in scène VI is mooi. En zelfs het zo lastige slot van VII gaat goed: "Ik vaardig nu het bevel uit dat deze onzedelijke meiden te kijk worden gezet zonder kleding (...)".

Positief opvallend aan de vertaling van Hilde Leroux zijn de toegevoegde regieaanwijzingen, bijvoorbeeld in scène IV: "IRENA (bij de deur) Sukkel Suikerzoet struint binnen", waarbij ook de vertaalde naam van Dulcitius een sterk punt is, evenals de aandacht voor klank. Of deze: "AGAPES (met gevouwen handen en de ogen ten hemel gericht) Amen". Op nog drie andere plaatsen komen zulke aanwijzingen, wat deze vertaling werkelijk een speeltekst maakt. Mooie vondsten als "Hij zit met zijn poten aan de pannen en de potten" en "Die verschijning vereist onze verdwijning" bieden de tekst extra charme. Jammer van "dat ik hier buiten gewipt word", wat ongewenste vraagtekens oproept, of "opdat ze op hun beurt de scherpte van onze spot voelen", wat te stroef blijft.

Geen regieaanwijzingen in de vertalingen van Mieke van der Sluijs en Carlotte de Cooman, die beide wel goed leesbaar zijn. In de vertaling van Mieke van der Sluijs is Dulcitius "een griezel" (voor infelix) en noemt Chionia zijn gedrag "Bizar" (voor ridiculum). Fraai ook is "moet je zien, door die spleten!", "ik moet de keizer onder vier ogen spreken", en "piekfijn gekleed". Het lastige slot van scène VII gaat dan weer niet helemaal goed, en ook "nu drukt hij de potten in zijn weke delen" is het misschien toch niet.

Ook in de vertaling van Carlotte de Cooman komen we de "griezel" tegen en heet Dulcitius tevens "oliebol" (voor stultus), een leuke vondst. Aardig in dezen vertaling is ook dat de soldaten in scène V worden "gesplitst" in soldaat 1 en soldaat 2, zodat er enige dynamiek ontstaat in hun regels. Een voorbeeld: "(Soldaat 1) Wie komt hier de deur uit? (Soldaat 2) Een duivelskind!" De zwarte Ethiopiër is hier vervangen door iets heel anders ("kopje-onder te zijn gegaan in een inktpot").

De laatste genomineerde, Kerstin van Tiggelen, heeft de levendigheid van de andere vijf gecombineerd met enkele welgekozen regieaanwijzingen, zoals "Moge God ons bijstaan (slaat een kruisteken)". De inmiddels beruchte Ethiopiër ligt ook in deze vertaling politiek niet goed en is vervangen door een kolenschepper. Heel opvallend in deze vertaling is het doordachte gebruik van binnenrijm en klank op een wijze die echt recht doet aan het origineel. Geen strak rijmschema, geen mechanisch lettergrepen tellen, maar een speels, soms wat associatief gebruik van klanken dat werkelijk doet denken aan Roswitha. Alles is gezet in korte zinnetjes die de effecten nog eens te meer overbrengen. We citeren een paar fraaie stukjes:

"Nu drukt hij zacht een kruik tegen zijn buik, nu omarmt hij een pan en dan een pot onder het genot van tedere kusjes."

"Het past dat een lijf zich zo toont,
zoals de duivel in zijn hoofd woont."

"(tegen zichzelf) 
Ik zal naar het paleis gaan
en iedereen in de keizerlijke geledingen vertellen over de vernederingen die ik heb doorstaan."

"Oh, oh, mijnheer Dulcitius wat maakte u toch mee?
U bent niet goed wijs.
Voor de volgelingen van Christus werd u tot een risee."

Aan het slot van VII gaan helaas een paar dingen mis: "kwaadaardige maagden" voor lascivae puellae is niet correct en ook "ik verlang" voor mando klopt niet. Kleine smetjes op een verder fraaie vertaalprestatie.

Oordeel
Alle zes voorgedragen vertalingen zijn een pluim waard. Elk geeft Roswitha’s tekst op een eigen manier in modern Nederlands weer. De vertalingen van Hilde Leroux en Carlotte de Cooman bieden de lezer duidelijk iets extra’s in de vorm van regieaanwijzingen, een element waartoe de vertaalopgave indirect ook had opgeroepen. Maar alleen de vertaling van Kerstin van Tiggelen maakt daarnaast ook consequent en op overtuigende wijze gebruik van klank, ritme en vormen van rijm. Ondanks een paar minder gelukkige wendingen draagt de jury de vertaling van Kerstin van Tiggelen daarom voor de eerste prijs voor.

IV
[verscholen achter een (kast)muur]
Wat is dat voor reuring voor de deur?
Dat mispunt van een Dulcitius komt eraan.
Moge God ons bijstaan!
[slaat een kruisteken]
Amen.
Wat betekent dat gerammel
met de potten en de pannen?
Ik ga ‘t wel even zien. Alsjeblieft, jullie
moeten ook door de
kleine kieren komen kijken!
Wat is er aan de hand?
Kijk nou, die idioot
is niet goed bij zijn hoofd.
Hij denkt dat hij zich warmt
aan onze omarmingen.
Wat doet-ie dan?
Nu drukt hij zacht een kruik tegen zijn buik, nu
omarmt hij een pan en dan
een pot onder het genot
van tedere kusjes.
Wat een malloot!
Zijn gezicht, zijn handen en zijn kleren
zijn zó vies, zó vuil,
dat de zwart plak hem niet laat
onderdoen voor een kolenschepper.
Het past dat een lijf zich zo toont,
zoals de duivel in het hoofd woont.
Wacht, het ziet ernaar uit dat hij weer gaat.
Nu eens opletten wat de soldaten
die voor de deur de tijd volpraten
doen zodra hij voor hen staat.

V
Wie komt hier naar buiten? Iemand in duivelse gedaante!
Of erger: zien we de duivel zelf staan?
Laten we er snel vandoor gaan!
Soldaten, waar vluchten jullie heen?
Blijf staan, laat me niet alleen!
Breng me met jullie lampen naar mijn kamer.
Het is de stem van onze meerdere,
maar een demon lijkt het veel eerder.
Laten we niet blijven staan
maar zo snel mogelijk op de vlucht slaan.
Een geest wil ons te grazen nemen.
[tegen zichzelf] 
Ik zal naar het paleis gaan
en iedereen in de keizerlijke geledingen
vertellen over de vernederingen
die ik heb doorstaan.

VI
Deurwachters, leid mij het paleis
in want voor de keizer
heb ik iets vertrouwelijks.
Wat is dit voor een armoedig en verfoeilijk monster, onder gescheurde en zwartbesmeurde vodden?

Laten we hem met onze vuisten slaan,
met kop en kont van de trap af gaan,
en verder dan hier geen doorgang toestaan.
Au, au! Wat gebeurt er nu?
Draag ik dan niet een subliem tenue
en toon ik niet schitterend van top tot teen?

Maar wie ook maar naar mij kijkt
walgt alsof ik een afgrijselijk monster lijk.

Ik ga naar mijn vrouw terug
om van haar te horen wat er is gebeurd.

[bij zijn huis]
Hè? Ze komt naar buiten met losse haren,
in tranen gevolgd door alle dienaren.

VII
Oh, oh, mijn heer Dulcitius,
wat maakte u toch mee?
U bent niet goed wijs.
Voor de volgelingen van die Christus
werd u tot een risee.
Naar ik nu eindelijk begrijp
ben ik misleid
door hun hekserij.
Het heeft mij heel verward
en vooral vervuld met smart
dat u niet de gaten had
wat u overkwam.
Ik verlang dat deze kwaadaardige maagden worden opgebracht
en dat ze, nadat hun kleren zijn uitgedaan,
openlijk bloot worden getoond, zodat
zij op hun beurt ónze bespottingen mogen ondergaan.
(Kersten van Tiggelen)

Voor de tweede prijs stelt de jury de vertaling van Maryo van der Hilst voor, dit vanwege een flink aantal vlotte en treffende wendingen én een foutloze weergave.

IV
AGAPES Wat is dat voor gestommel bij de deur?
IRENA Dwaze Dulcitius komt binnen.
CHIONIA De Here sta ons bij!
AGAPES Amen.
CHIONIA Wat heeft dat potten- en pannengekletter te betekenen? 
IRENA Ik ga een kijkje nemen. Komen jullie ook alsjeblieft! We gluren door de kieren!
AGAPES Wat is er aan de hand?
IRENA Kijk dan, die dwaas, beroofd van zijn verstand, denkt dat hij met zijn omhelzingen óns te pakken heeft.
AGAPES Wat doet ie?
IRENA Nu koestert hij de kookpotten teder tegen zijn buik, dan weer omarmt hij de potten en pannen, terwijl hij ze overlaadt met lieve kusjes.
CHIONIA Belachelijk!
IRENA En zijn gezicht, zijn handen en kleding zijn zo smerig, zo vuil. 
Hij lijkt wel een mijnwerker door al dat roet dat aan aan hem kleeft!
AGAPES Dat past goed: zo zwart als zijn lijf, zo bezeten door de duivel is zijn geest.
IRENA Kijk! Hij maakt aanstalten om terug te gaan. Laten we in de gaten houden wat de soldaten doen als hij weggaat, ze staan bij de deur.

V
MILITES Wie komt híer naar buiten? Een bezetene! Of veeleer de duivel zelf.
Laten we er vandoor gaan!
DULCITIUS Soldaten waarom slaan jullie op de vlucht? Blijf staan, wacht! Licht mij bij naar mijn slaapvertrek.
MILITES Het is wel de stem van onze meester, maar hij ziet eruit als de duivel.
Laten we niet blijven staan, maar de benen nemen. Dat schepsel wil ons iets aandoen!

VI
DULCITIUS Ik zal naar het paleis gaan en aan de hele hofhouding verkondigen wat een vernedering ik te verduren kreeg.
DULCITIUS Bewakers! Verleen me onmiddellijk toegang tot het paleis en de Keizer. 
Ik heb iets te bespreken, onder vier ogen. 
OSTIARII Wat is dat voor afstotelijk en verfoeilijk monster, bedekt met gescheurde en zwartige vodden? Laten we erop los beuken en hem van de trap mieteren. Hij mag niet verder komen dan hier.
DULCITIUS Ach! Wee! Wat gebeurt er toch? Ben ik niet op mijn best gekleed en zie ik er soms níet uit om door een ringetje te halen? Maar iedereen die mij ziet verafschuwt me alsof ik een vreselijk monster ben. Ik zal terug gaan naar mijn vrouw, om erachter te komen hoe dit zit. 
Maar zij komt naar buiten, met haar haar in de war en met de hele huishouding in tranen achter haar aan. 

VII
CONIUNX Hemel, hemel! Mijn meester Dulcitius, wat is er aan de hand met jou? 
Je bent geestelijk niet in orde. Je bent het mikpunt van spot voor die Christenaanhangsters geworden.
DULCITIUS Nu is het me eindelijk duidelijk dat ik belachelijk gemaakt ben door hun hekserij!
CONIUNX Wat me nog het meest in verwarring brengt en bedroeft, is dat je totaal niet doorhad dat hier iets niet klopte
DULCITIUS Ik vaardig nu het bevel uit dat deze onzedelijke meiden te kijk gezet worden, zonder kleding, naakt voor het oog van het publiek. Dan is het hún beurt om aan den lijve ons aller spot te ondervinden!
(Maryo van der Hilst)

Graag feliciteert de jury alle genomineerden met hun inzending, en speciaal de beide vertalers die zij voor een prijs heeft aangewezen. Hopelijk zal hun goede voorbeeld bij een volgende vertaalwedstrijd vele deelnemers inspireren.

(maart 2023)